België zet stap naar schaalbare dronelogistiek met volautomatische cargohub

Op DronePort in Sint-Truiden heeft het Antwerpse technologiebedrijf Helicus de tweede generatie van zijn Drone Cargo Port (DCP) gepresenteerd. Het gaat om een volledig geautomatiseerde “droneluchthaven” waar autonome drones zelfstandig kunnen laden, lossen en opladen. De Belgische ontwikkeling moet de stap zetten van kleinschalige proefprojecten naar schaalbare dronelogistiek, met toepassingen in de medische sector, defensie en industrie.

Volledig geautomatiseerde afhandeling

Volgens CEO Mikael Shamin vormt het systeem de ontbrekende schakel tussen autonome vluchtuitvoering en geautomatiseerde grondafhandeling. “Het is eigenlijk een automatische droneluchthaven”, stelt hij. “Wij kunnen cargo laden en lossen, accu’s opladen en drones beschermen tegen weer en wind, zodat ze stand-by blijven voor een volgende missie.”

De Drone Cargo Port fungeert als een gesloten hub waar pakketten automatisch aan inkomende of vertrekkende drones worden gekoppeld. Shamin vergelijkt het concept met een pakketautomaat: een zending wordt in de installatie geplaatst, waarna het systeem het pakket automatisch aan een compatibele drone koppelt. Na goedkeuring door een piloot op afstand vertrekt de drone naar een andere DCP-locatie, waar het pakket autonoom wordt gelost en opgehaald.

De installatie is 4,5 meter hoog en beschikt over een landingsdek van drie bij drie meter. Drones tot een meter hoogte en met een spanwijdte van drie meter kunnen er landen en worden opgeborgen. De tweede generatie van de DCP is modulair opgebouwd en circa 700 kilogram tot 1 ton lichter dan het eerste model, zonder in te boeten op functionaliteit of compatibiliteit.

Standaardisatie als sleutel

Een belangrijk uitgangspunt is standaardisatie. De afmetingen van de cargoboxen volgen de Europese DORAI-standaard voor drone cargo interfaces. Concreet gaat het om pakketten van 37,5 centimeter lang, 25 centimeter breed en 14 tot 45 centimeter hoog. Die uniforme maatvoering moet interoperabiliteit tussen verschillende dronefabrikanten mogelijk maken, vergelijkbaar met de standaardisatie van zeecontainers in de maritieme logistiek.

Momenteel kunnen acht types autonome drones op het systeem opereren. Dat varieert van multirotorplatformen met een laadvermogen tot 40 kilogram tot kleinere fixed-wing drones die circa 15 kilogram kunnen vervoeren. Volgens Helicus zijn afstanden tot 500 kilometer haalbaar, afhankelijk van het platform en de payload.

Operationele inzet in België

De eerste generatie van het systeem is al operationeel in het Jan Yperman Ziekenhuis in Ieper. Daarnaast staat een installatie in de haven van Antwerpen. Binnenkort neemt ook het universitair ziekenhuis van Luik een DCP van de tweede generatie in gebruik.

De focus ligt voorlopig op medische logistiek, defensietoepassingen en de petrochemische sector. Denk aan het transport van gekoelde klinische stalen, pathologische weefsels, bloedzakjes, buizenpostsystemen of zelfs een defibrillator die snel naar een interventielocatie moet worden gebracht. In deze segmenten zijn snelheid, betrouwbaarheid en traceerbaarheid cruciaal.

Nog geen consumentenmarkt

Of de droneluchthaven op termijn ook wordt ingezet voor consumentenzendingen, laat Helicus in het midden. Volgens Shamin is de technologie er in principe klaar voor, maar ontbreekt in België momenteel nog het maatschappelijk en regulatoir draagvlak voor grootschalige B2C-dronelogistiek.

Met de introductie van een lichtere, modulaire en breed compatibele tweede generatie Drone Cargo Port zet België in ieder geval een volgende stap richting geautomatiseerde luchtlogistiek. De combinatie van autonome vluchtuitvoering en volledig geautomatiseerde grondinfrastructuur maakt duidelijk dat de ontwikkeling zich niet langer beperkt tot experimenten, maar steeds nadrukkelijker richting structurele implementatie beweegt.

Bron: Dronewatch, maart 2026

Wat vind jij hiervan?

      Geef een reactie

      Vergelijk items
      • Totaal (0)
      Vergelijken