De roep om effectieve en veilige counter-UAS-oplossingen klinkt steeds luider, zeker in dichtbevolkte gebieden en rond kritieke infrastructuur. Tijdens de EUDIS Defence Hackathon 2026 op Unmanned Valley presenteerde een team studenten en ondernemers een opvallend alternatief: een vliegend vangnet dat ongewenste drones gecontroleerd uit de lucht haalt, zonder risico op vallende brokstukken.
Inhoudsopgave
Alternatief voor jammen en neerhalen
De meeste bestaande counter-droneoplossingen richten zich op het verstoren van signalen of het fysiek uitschakelen van een drone. Denk aan jamming, spoofing of kinetische interceptie (neerschieten). Deze methoden brengen echter aanzienlijke risico’s met zich mee. Een drone kan onvoorspelbaar gedrag vertonen bij signaalverlies, of brokstukken kunnen naar beneden komen met potentieel gevaar voor omstanders.
Dat maakt dergelijke technieken ongeschikt voor gebruik boven stedelijke gebieden, bij evenementen of rond locaties zoals luchthavens en havens. Juist daar is de behoefte aan veilige interventiemethoden het grootst.
Vliegend vangnet als ‘soft interceptor’
Daan van Hamersveld, die Aerospace Engineering studeert aan de TU Delft, ontwikkelde samen met Yura Kriachko, oprichter van het Nederlandse bedrijf Dremian, gespecialiseerd in onderscheppingstechnologie, en Maarten Doekhie een zogenoemde ‘soft interceptor’. In plaats van een drone neer te halen, vangt dit systeem het doelwit letterlijk op.
Het concept is gebaseerd op een aangepaste quadrotor-architectuur. In plaats van alle avionica en massa in het centrum te concentreren, ontwierp het team een vierkant frame van circa 2 bij 2 meter, waarbij de aandrijving en elektronica zich aan de uiteinden bevinden. In het midden ontstaat zo ruimte voor een groot vangnet, waarin een doelwit zichzelf als het ware vastdraait via de propellers.
Van idee tot werkend prototype
Het idee ontstond vanuit Dremian’s lopende werk aan interceptietechnologie. Kriachko legde het onderscheppingsprobleem voor aan Van Hamersveld, waarna het concept van een vliegend net geboren werd. Voor zijn afstudeeronderzoek ontwikkelt Van Hamersveld in samenwerking met Dremian bovendien een high-speed fixed-wing drone voor het onderscheppen van zogeheten Shahed-drones.
Maarten Doekhie werd bij het team betrokken vanwege eerdere samenwerking met Van Hamersveld aan een anti-stroperijdronesysteem in Zuid-Afrika. Die bestaande samenwerking maakte het mogelijk om in korte tijd tot een werkend prototype te komen. De ontwikkeling vond plaats met hardware, componenten en financiële middelen die door Dremian en deels door Aero Team Eindhoven werden aangeleverd.
Technische uitdagingen en oplossingen
De gekozen architectuur bracht de nodige technische uitdagingen met zich mee. Een van de belangrijkste was de massabalans. Waar bij een conventionele quadrotor de accu zich centraal bevindt om stabiliteit te garanderen, zou een enkele accu aan de rand van het frame leiden tot instabiliteit.
De oplossing: elke rotor kreeg een eigen, kleinere accu en een eigen ESC. Daarmee werd de massaverdeling over het frame gebalanceerd.
Ook de positionering van de flight controller week af van de norm. Doordat deze zich niet in het zwaartepunt bevindt maar op circa één meter afstand op de roll-as, wordt het voor de sensoren lastiger om rotaties te onderscheiden van hoogteveranderingen. Dit wordt gecompenseerd met nauwkeurige GPS-data.
Tijdens de hackathon werd het systeem nog handmatig bestuurd. Voor toekomstige versies werkt Van Hamersveld aan een geavanceerde guidance controller, gebaseerd op reinforcement learning, die in staat moet zijn om autonoom onderscheppingen uit te voeren onder uiteenlopende omstandigheden.

Perceptie als sleuteltechnologie
Naast besturing speelt perceptie een cruciale rol. Voor autonome onderschepping is het essentieel om relatieve snelheid en afstand tot een doelwit nauwkeurig te bepalen.
Het prototype biedt hiervoor interessante mogelijkheden. Waar standaard stereo-visionsystemen werken met camera’s op korte afstand van elkaar, maakt dit ontwerp een veel grotere baseline mogelijk. Met een frame van twee meter kunnen camera’s veel verder uit elkaar geplaatst worden, wat de diepteperceptie aanzienlijk verbetert.
Het team overweegt zelfs om vier camera’s te integreren, één op elke zijde van het frame, om zo een nog robuuster beeld van de omgeving te verkrijgen.
Doorontwikkeling naar multirotor-platform
Hoewel het huidige prototype gebaseerd is op een quadrotor, wordt ook gekeken naar alternatieve configuraties. Een hexacopter of octocopter biedt meerdere voordelen.
Zo kan een dergelijk platform stijver worden uitgevoerd, doordat kortere carbon buizen gebruikt kunnen worden. Tijdens tests bleek het huidige frame enige flexibiliteit te vertonen, wat nadelig uitpakt voor de bestuurbaarheid.
Daarnaast zorgen extra rotoren voor meer stabiliteit, nauwkeurigere controle en een hogere payloadcapaciteit. Dat maakt het mogelijk om ook grotere en zwaardere drones veilig te onderscheppen.
Een bijkomend voordeel is redundantie. Waar een quadrotor bij uitval van één motor vaak direct crasht, kan een octocopter dit verlies opvangen door de overige rotoren.
Succesvolle praktijktest
Tijdens de hackathon werd het concept niet alleen theoretisch uitgewerkt, maar ook in de praktijk getest. Op de testlocatie van Unmanned Valley wist het team daadwerkelijk een drone te onderscheppen in een realistische omgeving. Daarmee onderscheidde het project zich van andere teams, die vooral met conceptuele of nog niet geteste oplossingen kwamen.
Extra opmerkelijk is dat de onderscheppingen plaatsvonden onder uitdagende weersomstandigheden: tijdens code geel, met windvlagen tot circa 46 km/u. Zelfs de te onderscheppen DJI Mini-drones hadden zichtbaar moeite om stabiel te blijven vliegen, wat de prestatie van het systeem extra onderstreept.
Het team eindigde als vierde van de negentien deelnemers en kreeg bovendien een plek in het Start Up and Lift Off-incubatorprogramma van Unmanned Valley. Daarmee krijgt het vliegende vangnet mogelijk een vervolg buiten de hackathonsetting.