Duitsland versoepelt regels voor dronevluchten in CTR’s |

Duitsland maakt het voor dronevliegers aanzienlijk eenvoudiger om in gecontroleerd luchtruim rond luchthavens te opereren. Vanaf 6 augustus 2026 treden nieuwe procedures in werking waardoor voor veel dronevluchten in de buitenste delen van control zones (CTR’s) geen afzonderlijke toestemming van de luchtverkeersleiding meer nodig is. De maatregel moet de administratieve lasten verminderen en maakt het plannen van professionele drone-operaties een stuk voorspelbaarder.

Automatische toestemming in grote delen van de CTR

Tot nu toe was voor vrijwel iedere dronevlucht binnen een Duitse CTR een individuele luchtverkeersleidingsvrijgave vereist. Dat leidde regelmatig tot lange doorlooptijden en extra administratieve lasten, vooral bij terugkerende inspecties, landmeetkundige werkzaamheden en andere professionele operaties nabij luchthavens.

Onder de nieuwe regeling wordt iedere CTR opgedeeld in vier zones. Alleen in de binnenste zone, direct rond de luchthaven en de aanvlieg- en vertrekbanen, blijft een individuele toestemming verplicht. In de buitenste zones geldt voortaan een algemene luchtverkeersleidingsvrijgave, mits de drone binnen de voorgeschreven hoogtelimieten blijft en aan de overige voorwaarden voldoet.

De maximale hoogtes verschillen per zone. In zone 2 geldt een limiet van 25 meter, in zone 3 45 meter en in zone 4 in de meeste gevallen maximaal 100 meter. Voor inspecties dicht langs hoge objecten, zoals windturbines, bruggen of gebouwen, gelden bovendien ruimere mogelijkheden: zolang de drone binnen 30 meter horizontaal en 15 meter verticaal van het object blijft, mag ook boven de reguliere hoogtelimiet worden gevlogen.

DIPUL als centraal loket

Kort voor de invoering van de nieuwe CTR-regels introduceerde Duitsland een centraal digitaal loket voor aanvragen van luchtverkeersleidingsvrijgaven. Via het overheidsplatform DIPUL kunnen drone-operators voortaan vanuit één portaal controleren of een toestemming nodig is en, indien vereist, direct een aanvraag indienen bij de bevoegde luchtverkeersleidingsorganisatie.

Daarmee verdwijnt het versnipperde systeem waarbij per luchthaven verschillende procedures golden. Voor luchthavens die onder DFS Deutsche Flugsicherung vallen worden aanvragen rechtstreeks verwerkt; voor andere luchthavens worden ze zoveel mogelijk automatisch doorgestuurd naar de juiste dienstverlener.

Opvallend is dat de nieuwe algemene vrijstelling niet alleen geldt voor VLOS-operaties, maar onder voorwaarden ook kan worden toegepast op BVLOS-vluchten en zwermoperaties. Wel blijft de remote pilot verantwoordelijk voor het vermijden van conflicten met ander luchtverkeer. Er wordt geen verkeersinformatie verstrekt vanuit de verkeerstoren en bemande luchtvaart houdt te allen tijde voorrang. Daarnaast moet onder meer worden voldaan aan de geldende operationele autorisaties en overige geografische beperkingen.

Nederland op achterstand

Ook in Nederland bestaan al geruime tijd plannen om delen van de CTR’s open te stellen voor dronevluchten in de Open categorie. Dat voornemen werd ruim twee jaar geleden aangekondigd als onderdeel van de verdere integratie van drones in het Nederlandse luchtruim.

De uitwerking blijkt echter complex. De benodigde afstemming tussen onder andere Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en andere betrokken partijen heeft meer tijd gekost dan verwacht. Daardoor is de aangekondigde gedeeltelijke openstelling van Nederlandse CTR’s nog altijd niet gerealiseerd.

Wat vind jij hiervan?

      Laat een reactie achter

      Vergelijk items
      • Totaal (0)
      Vergelijken