FVD wil opheldering over inzet politiedrones voor verkeerscontroles |

Forum voor Democratie (FVD) heeft kritische Kamervragen gesteld over de inzet van politiedrones om verkeersovertredingen vanuit de lucht vast te stellen. Aanleiding is een proefproject waarbij de politie dronebeelden gebruikt om onder meer verkeersgedrag te observeren en op basis daarvan bekeuringen uit te schrijven. FVD vraagt zich af of de wettelijke grondslag en waarborgen voor privacy en gegevensbescherming toereikend zijn.

Wettelijke grondslag en stelselmatige observatie

De vragen zijn op 17 september ingediend door FVD-Kamerlid Van Duyvenvoorde bij de minister van Justitie en Veiligheid. Centraal staat de vraag op welke specifieke wettelijke basis de politie drones mag inzetten voor het op afstand observeren, fotograferen en identificeren van weggebruikers, wanneer de beelden vervolgens worden gebruikt voor het opleggen van sancties.

FVD verwijst onder meer naar artikel 3 van de Politiewet 2012, dat mogelijk als grondslag wordt gebruikt in combinatie met algemene opsporingsbevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering. De partij vraagt of een dergelijke algemene taakomschrijving voldoende specifiek is voor het gebruik van moderne drones met hoogwaardige camera’s.

Daarbij wordt gewezen op het onderscheid tussen incidentele waarneming en stelselmatige observatie. Volgens Van Duyvenvoorde kan niet uitsluitend bepalend zijn of de politie de beelden verzamelt in het kader van opsporing of van generiek toezicht. Ook wanneer de inzet als verkeershandhaving wordt aangemerkt, kunnen burgers immers herkenbaar in beeld worden gebracht, gevolgd en uiteindelijk beboet.

De minister wordt gevraagd welke criteria de politie hanteert om te voorkomen dat drone-inzet, gelet op onder meer duur, frequentie, locatie en technische hulpmiddelen, het karakter krijgt van stelselmatige observatie.

Hoeveel wordt er vastgelegd?

Een belangrijk onderdeel van de vragen betreft de omvang van de beeldregistratie. FVD wil weten of tijdens een vlucht continu beelden van verkeer en aanwezige personen en voertuigen worden opgenomen, of dat pas wordt geregistreerd nadat een politiefunctionaris een vermoedelijke overtreding constateert.

Ook wordt gevraagd hoeveel voertuigen en personen tijdens een gemiddelde inzet herkenbaar of identificeerbaar in beeld komen zonder dat zij een overtreding hebben begaan. Verder vraagt de partij naar de technische mogelijkheden van de gebruikte drones, waaronder optische en digitale zoom, beeldresolutie, kentekenherkenning, gezichtsherkenning en het volgen van individuele personen of voertuigen.

Volgens de vragensteller is het relevant dat moderne drones vanaf grote hoogte gedetailleerde beelden kunnen maken, terwijl weggebruikers vaak niet merken dat zij worden geobserveerd.

Privacy, opslag en hergebruik van beelden

De Kamervragen gaan ook uitgebreid in op de verwerking en bewaartermijnen van de verzamelde gegevens. Zo wil FVD weten welke persoonsgegevens worden opgeslagen: uitsluitend kentekens, of ook gezichten, inzittenden, locaties, tijdstippen, rijroutes en andere gegevens die tot personen herleidbaar zijn.

Daarnaast wordt gevraagd welke bewaartermijnen gelden voor beelden waarop daadwerkelijk een overtreding is vastgesteld en voor beelden van personen die niets verkeerd hebben gedaan. Ook wil FVD weten of niet-relevante beelden automatisch worden vernietigd en hoe wordt gecontroleerd of dat daadwerkelijk gebeurt.

Verder wordt gevraagd of dronebeelden kunnen worden gekoppeld aan andere politiebestanden, waaronder ANPR-systemen, en of gebruik wordt gemaakt van geautomatiseerde beeldanalyse, kunstmatige intelligentie of automatische kentekenherkenning.

Onzichtbare handhaving

Een ander aandachtspunt is de herkenbaarheid van de drone-inzet. FVD vraagt of bij verkeerscontroles dezelfde regels gelden als bij andere dronevluchten, waarbij soms waarschuwingsborden worden geplaatst om burgers te informeren over het maken van beelden.

De partij verwijst naar de werkwijze waarbij de drone bewust op een hoogte wordt gebracht waarop weggebruikers deze niet opmerken. De minister wordt gevraagd hoe dit zich verhoudt tot het uitgangspunt dat burgers over overheidstoezicht worden geïnformeerd. Ook wil FVD weten welke mogelijkheden iemand heeft om de beelden in te zien en de rechtmatigheid van de drone-inzet te betwisten wanneer op basis daarvan een boete wordt opgelegd.

Vragen over pilot en landelijke uitrol

Tot slot vraagt Van Duyvenvoorde naar de juridische en beleidsmatige voorbereiding van de inzet. Zo wil FVD weten welke pilot aan de landelijke uitrol voorafging, waar en hoe lang die plaatsvond, hoeveel vluchten werden uitgevoerd en hoeveel overtredingen daarbij werden vastgesteld.

Ook wordt gevraagd of bij de evaluatie niet alleen is gekeken naar effectiviteit en verkeersveiligheid, maar eveneens naar privacy, grondrechten, proportionaliteit en subsidiariteit. Verder wil FVD weten of de Autoriteit Persoonsgegevens betrokken is geweest en of er een afzonderlijk landelijk inzetkader bestaat voor politiedrones.

De vragen sluiten af met de vraag of de minister bereid is de Kamer volledig te informeren voordat de werkwijze verder landelijk wordt opgeschaald, inclusief de wettelijke grondslag, technische mogelijkheden, bewaartermijnen, juridische beoordeling en evaluatie van de pilot.

Wat vind jij hiervan?

      Laat een reactie achter

      Vergelijk items
      • Totaal (0)
      Vergelijken