Drones kunnen boeren helpen om een groenbemester al tijdens de teelt van bijvoorbeeld graan te zaaien. Dat wordt onderzaai genoemd: het volgende gewas wordt gezaaid voordat het huidige gewas is geoogst. Met een drone kan dat bovendien zonder met zware machines het land op te hoeven. De techniek heeft daarmee duidelijke voordelen, maar praktijkproeven laten zien dat het succes sterk afhankelijk is van de omstandigheden. Een vaste aanpak voor drone-onderzaai is er dan ook nog niet.
Inhoudsopgave
Driejarig experiment
Dat blijkt uit een driejarig boerenexperiment in de Veenkoloniën, waarbij is onderzocht hoe drones kunnen worden ingezet om groenbemesters in graangewassen te zaaien. De resultaten verschillen sterk per jaar en zelfs binnen hetzelfde perceel.
Dat werd dit jaar opnieuw duidelijk. Op 21 juli werd met een drone een mengsel van bladrammenas en wikke gezaaid in een perceel met tarwe en gerst. De gerst werd op 1 augustus geoogst, de tarwe een week later. In het deel waar gerst had gestaan, kwam de groenbemester vervolgens matig tot goed op. In het gedeelte waar tarwe had gestaan, was daarentegen nauwelijks groenbemester te zien.
Opvallend is dat beide gewassen op hetzelfde perceel stonden. Waarom de groenbemester na de oogst van de gerst veel beter opkwam dan na de tarwe, is voor de betrokken akkerbouwers en onderzoekers niet direct duidelijk.
Weer als bepalende factor
Dat vocht een belangrijke rol speelt, is wel duidelijk. Wanneer het zaad na het uitstrooien op vochtige grond terechtkomt en er voldoende neerslag volgt, zijn de omstandigheden gunstig. Bij droge grond en uitblijvende regen kan het zaad nauwelijks kiemen. Ook kan het gebeuren dat het zaad aanvankelijk wel ontkiemt, maar het jonge plantje vervolgens verdroogt.
Bij onderzaai wordt de groenbemester al tijdens de teelt van het hoofdgewas gezaaid. De drone verspreidt het zaad vanuit de lucht tussen het bestaande gewas, nog voordat dat wordt geoogst. Daarmee krijgt de groenbemester een voorsprong en hoeft de boer na de oogst niet opnieuw het land op om deze in te zaaien. Een nadeel is dat het zaad niet in de bodem wordt gewerkt en daardoor sterk afhankelijk is van voldoende vocht en gunstige weersomstandigheden om te kiemen.
“Er is geen teelthandleiding voor dronezaaien. We moeten het zelf uitvinden”, zegt Leks Bolderdijk van dronebedrijf ABDrone. Volgens hem is vooral het weer in de weken na het zaaien bepalend.
Potentie is er wel
Toch zijn de betrokken akkerbouwers positief over de techniek. Door een groenbemester al tijdens de teelt van graan te zaaien, krijgt die meer tijd om zich te ontwikkelen. Bovendien hoeft de boer niet met een tractor het perceel op om de groenbemester na de graanoogst in te zaaien.
Dat kan brandstof en arbeid besparen en voorkomt extra bodemverdichting. Ook blijft de bodem langer onaangeroerd. Volgens de betrokken akkerbouwers kan een langere periode zonder grondbewerking bijdragen aan een betere bodemstructuur.
Daarnaast kan onderzaai onder bepaalde voorwaarden meetellen als eco-activiteit binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.
De resultaten van eerdere jaren laten eveneens zien dat de methode kan werken. In 2025 was de opkomst in de Veenkoloniën juist zeer goed. Mosterd en bladrammenas ontwikkelden zich daar zelfs zo sterk dat ze bij de graanoogst bijna werden meegemaaid.
Van experiment naar praktijk
De huidige proeven maken deel uit van het zogenoemde BOBB-vooronderzoek, waarbij BOBB staat voor ‘Beter Onderzaaien voor Betere Bodems’. De komende jaren moet vervolgonderzoek meer inzicht geven in de effecten van drone-onderzaai op de bodem.
Daarmee verschuift de aandacht van de vraag kan het? naar de vraag wanneer en hoe werkt het het beste?
Voorlopige ervaringen wijzen erop dat ongeveer een week voor de graanoogst zaaien op zandgrond goede resultaten kan opleveren, mits er voldoende neerslag wordt verwacht. Ook lijkt het gebruik van een zodenbemester na de oogst goed samen te kunnen gaan met de onderzaai, zolang de bodem voldoende droog is en een robuuste groenbemester zoals bladrammenas wordt gebruikt.
Maar harde conclusies zijn nog niet te trekken. Het resultaat wordt beïnvloed door onder meer het gewas, het perceel, de gekozen groenbemester, het moment van zaaien en vooral het weer.
Dat maakt het lastig om de experimenten simpelweg te vertalen naar een algemeen recept voor boeren. Tegelijkertijd is dat precies waar de komende jaren meer onderzoek naar nodig is.
Dronezaai in roadmap
Dronezaai heeft inmiddels ook een plek gekregen in de roadmap ‘Drones naar de Boerenpraktijk’ van Wageningen University & Research. Daarmee lijkt de techniek de experimentele fase langzaam te ontgroeien, maar een breed toepasbare best practice is er voorlopig nog niet.
Voor de landbouwdrone betekent dat een interessante volgende stap: niet langer aantonen dat een drone kan zaaien, maar uitvinden onder welke omstandigheden hij dat ook betrouwbaar en rendabel kan doen.
(bron: Nationale Proeftuin Precisielandbouw – coverfoto: Make More Aerials )