De politieke nasleep van de vermeende dronegolf boven België in het najaar van 2025 krijgt een nieuw hoofdstuk. Volgens Groen-Kamerlid Staf Aerts heeft de Belgische minister van Defensie Theo Francken het parlement onjuist geïnformeerd over de gang van zaken rond de veelbesproken dronewaarnemingen. Aerts baseert zich op documenten die hij via een beroep op de Belgische openbaarheid van bestuur heeft verkregen. Volgens hem tonen die “zwart op wit” aan dat Francken wist dat een veelbesproken video geen drone maar een politiehelikopter toonde, terwijl hij later in het parlement het tegenovergestelde verklaarde. Francken verwerpt de beschuldigingen en stelt dat de documenten juist aantonen dat hij handelde op basis van de informatie die destijds beschikbaar was.
Inhoudsopgave
Documenten zouden eerdere verklaringen tegenspreken
De controverse draait om een video die begin november 2025 opdook tijdens de golf van vermeende dronewaarnemingen boven België. De beelden werden als eerste gepubliceerd door Het Laatste Nieuws en zouden een grote drone tonen boven de omgeving van Brussels Airport. Later bleek uit een factcheck van de VRT dat het in werkelijkheid om een helikopter van de federale politie ging, waarna HLN en andere media de video offline haalden.
Volgens Aerts blijkt uit de nu vrijgegeven documenten dat het kabinet van Francken al op 6 november werd gewaarschuwd dat de beelden waarschijnlijk de politiehelikopter toonden. Op 12 november zou Defensie zelfs met “redelijke zekerheid” hebben geconcludeerd dat het inderdaad om een helikopter ging. Toch verklaarde Francken in april 2026 in de Kamercommissie Defensie dat hij daar pas na de VRT-factcheck van 19 november achter kwam.
“Dat is geen kwestie van interpretatie. Dat is een minister die het parlement bewust verkeerd inlicht”, stelt Aerts.
Daarnaast wijst Groen erop dat Francken de video vóór publicatie zelf ongeveer tien seconden inkortte. Volgens de partij ontbrak juist in dat verwijderde fragment een deel waarop het vliegende object volgens medewerkers van zijn eigen kabinet sterk op een helikopter leek.
Kabinet reageert vooralsnog niet
Het kabinet van Francken heeft vooralsnog niet inhoudelijk gereageerd op de nieuwe beschuldigingen van Groen.
De minister zelf publiceerde op X bij wijze van reactie een uitgebreid artikel van politiek journalist Wouter Verschelden, waarin wordt betoogd dat de documenten juist aantonen dat Francken handelde op basis van de informatie die hem destijds door verschillende officiële instanties werd verstrekt.
Volgens die reconstructie kreeg het kabinet op de avond van 4 november van luchtverkeersleiding skeyes expliciet te horen dat het object op de beelden “zeker geen helikopter” was. Ook analyses van Defensie en de federale politie wezen aanvankelijk in de richting van een drone. Pas in de dagen daarna ontstonden er twijfels, waarna op 18 november ook de militaire inlichtingendienst ADIV concludeerde dat het waarschijnlijk toch om de politiehelikopter ging.
Hoewel het artikel stelt dat Francken de video te goeder trouw heeft doorgestuurd naar de pers, bevestigt het tegelijkertijd dat zijn kabinet al vóór de VRT-factcheck signalen had ontvangen dat de beelden mogelijk geen drone toonden. Daarmee lijkt het artikel de kern van de nieuwe kritiek van Groen niet volledig weg te nemen.
Van dronepaniek tot politieke rel
De kwestie staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van de bredere Europese dronepaniek die eind 2025 ontstond. Die begon met meldingen van vermeende Russische drones boven kritieke infrastructuur in Denemarken. Ondanks omvangrijke politieonderzoeken werd daar uiteindelijk geen bewijs gevonden voor illegale droneactiviteiten.
Kort daarna volgden soortgelijke meldingen in België. Het hoogtepunt was de tijdelijke sluiting van Brussels Airport op 4 november 2025, nadat waarnemingen van drones waren gemeld. Videobeelden die via Het Laatste Nieuws werden verspreid, werden destijds gepresenteerd als bewijs van een “enorme drone”.
Al binnen enkele uren concludeerde de OSINT-gemeenschap echter dat het object op de video vrijwel zeker een helikopter van de federale politie was. Die analyse werd later bevestigd door de factcheck van de VRT.
De controverse kreeg vervolgens een nieuwe dimensie toen het VRT-programma Pano onthulde dat de video niet afkomstig was van een anonieme bron, maar door minister Francken zelf aan een journalist was doorgespeeld. Dat leidde tot felle kritiek vanuit de oppositie, die suggereerde dat de dreiging rond drones bewust was aangezet in de aanloop naar de goedkeuring van een investeringsprogramma van 50 miljoen euro voor antidronesystemen.
Discussie nog niet ten einde
Met de vrijgave van de interne communicatie laait de discussie opnieuw op. Groen ziet in de documenten het bewijs dat Francken het parlement onjuist heeft geïnformeerd en spreekt van een ernstige aantasting van de ministeriële verantwoordelijkheid.
Francken blijft erbij dat hij zich baseerde op de informatie die destijds beschikbaar was en dat de documenten juist aantonen dat verschillende overheidsdiensten aanvankelijk eveneens overtuigd waren dat de beelden een drone toonden.
De vraag die daarmee centraal blijft staan is niet zozeer of de eerste inschatting verkeerd was — daarover lijkt inmiddels weinig twijfel meer te bestaan — maar wanneer precies duidelijk werd dat de bewuste video geen drone, maar een politiehelikopter liet zien, en of de minister daarover later volledige openheid van zaken heeft gegeven.