De Britse overheid probeert opnieuw te voorkomen dat een intern rapport over het beruchte drone-incident bij luchthaven London Gatwick in 2018 openbaar wordt gemaakt. Volgens technologiepublicatie The Register heeft het Britse Department for Transport (DfT) overheidsjuristen ingeschakeld om een besluit van de Britse privacytoezichthouder aan te vechten. Die toezichthouder oordeelde onlangs dat het zogenoemde ‘Lessons Report’ grotendeels juist moet worden vrijgegeven.
Inhoudsopgave
Jarenlange strijd om openbaarmaking
Het rapport bevat naar verwachting een evaluatie van de gebeurtenissen rond de sluiting van Gatwick Airport in december 2018. Destijds werd de luchthaven bijna 33 uur stilgelegd na meldingen van drones in de buurt van de start- en landingsbanen. Ongeveer 800 vluchten werden geannuleerd of vertraagd, wat gevolgen had voor zo’n 120.000 reizigers.
Drone-expert Ian Hudson probeert al jaren meer duidelijkheid te krijgen over wat er destijds precies gebeurde. Via honderden informatieverzoeken op basis van de Britse Freedom of Information-wet wist hij te achterhalen dat het DfT meerdere versies van een intern evaluatierapport had opgesteld. Het ministerie weigerde die documenten echter vrij te geven, onder meer met een beroep op nationale veiligheid.
Toen het ministerie in 2025 uiteindelijk een versie van het rapport publiceerde, bleek vrijwel alle inhoud zwartgelakt te zijn. Alleen informatie die al eerder openbaar was gemaakt bleef zichtbaar.
Toezichthouder: geen veiligheidsrisico
De Britse Information Commissioner oordeelde begin februari 2026 dat de overheid het rapport grotendeels moet vrijgeven. Volgens de toezichthouder is de inhoud te algemeen van aard om een reëel veiligheidsrisico te vormen. Bovendien is de informatie inmiddels bijna acht jaar oud en zijn technologie en procedures rond dronedetectie sindsdien aanzienlijk veranderd.
Wel mogen de namen van drie betrokken veiligheidsdiensten geheim blijven. Voor de rest moet het document volgens de toezichthouder openbaar worden gemaakt.
Het Department for Transport heeft echter aangekondigd tegen het besluit in beroep te gaan. Daardoor komt de zaak nu terecht bij een speciaal administratief gerechtshof.
Blijvende twijfel over de ware toedracht
Het Gatwick-incident leidde destijds wereldwijd tot grote media-aandacht en strengere regelgeving voor drones. Volgens officiële rapporten waren er meer dan honderd geloofwaardige meldingen van drones rond de luchthaven.
Toch bestaat binnen de dronesector al jaren twijfel of er daadwerkelijk drones hebben gevlogen. Sommige experts wijzen erop dat de weersomstandigheden op de eerste avond slecht waren, met regen en harde wind. In 2018 waren er nog maar weinig drones die onder zulke omstandigheden konden vliegen.
Daarnaast werd tijdens de crisis een militair dronedetectiesysteem ingezet. De fabrikant verklaarde later dat het systeem wel drones van de politie detecteerde, maar geen verdachte drones.

Incident zonder bewijs?
De politie van Sussex besteedde uiteindelijk zo’n 790.000 pond aan het onderzoek naar het incident. Dat leidde niet tot arrestaties of veroordelingen. Lange tijd werd ook gesteld dat er geen beelden van de drones bestonden, al bleek in 2023 dat er wel degelijk foto’s waren gemaakt.
Volgens critici is het Gatwick-incident sindsdien regelmatig gebruikt als argument voor strengere dronewetgeving, ondanks het gebrek aan overtuigend bewijs dat er daadwerkelijk drones actief waren.
De inhoud van het ‘Lessons Report’ zou mogelijk meer duidelijkheid kunnen geven over de gebeurtenissen. Of dat ook daadwerkelijk gebeurt, hangt nu af van de uitkomst van de juridische procedure die de Britse overheid heeft gestart.
Parallellen met recente dronepaniek
De aanhoudende onduidelijkheid rond Gatwick roept ook herinneringen op aan de golf van drone-waarnemingen die eind 2025 in Europa opdook. In meerdere landen werden meldingen gedaan van drones in de buurt van luchthavens en andere gevoelige locaties, wat leidde tot tijdelijke verstoringen van vliegverkeer en verhoogde veiligheidsmaatregelen.
Net als bij Gatwick bleek achteraf echter dat er in veel gevallen geen concreet bewijs was in de vorm van radardata, detecties of beeldmateriaal.