Iedereen is bezig met de nieuwe Europese regels voor het vliegen met drones, die op 31 december 2020 van kracht zijn geworden. Ja, meer regels, maar het grote voordeel is dat hiermee in Europa een min of meer gelijk speelveld voor drone-operators ontstaat. Althans, dat is de bedoeling. De kans bestaat namelijk dat gemeenten het feestje gaan bederven.
Het gebruik van het luchtruim is een nationale aangelegenheid. Daar heeft Europa niets over te zeggen, dus we moeten niet te vroeg juichen. Twintig jaar geleden bijvoorbeeld werden de eisen voor vliegbrevetten op Europees niveau geharmoniseerd, maar de Nederlandse toezichthouder vond het toen nodig afwijkende regels te hanteren. 18 jaar lang was er een verbod op VFR-nachtvliegen. Dit verbod werd gerealiseerd door het Nederlandse luchtruim gesloten te houden voor VFR-verkeer buiten de daglichtperiode (UDP).
Een vergelijkbare strijd tussen verschillende regelgevers begint zich nu binnen ons land af te spelen voor drones. Niet alleen hebben we in het Nederlandse luchtruim strengere beperkingen voor dronevluchten gekregen dan de Europese regels vereisen. Maar ook mengt zich een nieuwe partij in de strijd: de gemeente.
Onder de naam UAM Initiative Cities Community (UIC2) hebben 14 Europese steden, waaronder Enschede en Amsterdam, tijdens de Amsterdam Drone Week een manifest gepubliceerd. Hierin pleiten de steden voor zeggenschap over het luchtruim boven hun stad als het gaat om drones: “The members of the UIC2 also recognise and request that the role of the cities and regions as one of the competent authorities in the governance of the urban airspace, is explicitly acknowledged and referenced…”
Ja, je leest het goed. Als Enschede en Amsterdam hun zin krijgen, bepaalt de gemeentegrens straks waar je wel en niet mag vliegen met je drone, hoe hoog en vooral wanneer.
Begin deze eeuw (2003-2006) hebben we een vergelijkbaar bestuurlijk monster geboren zien worden bij de decentralisatie van de bevoegdheden voor kleinere luchthavens, helihavens en tijdelijke helikopterlandingsplaatsen van het Rijk naar de provincie. In die tijd was ik voorzitter van de Dutch Helicopter Association en zag ik hoe de commerciële helikoptersector plotseling werd geconfronteerd met 12 provincies die allemaal eigen luchtvaartbeleid gingen voeren. Nederland is klein, dus bij een helikoptervlucht passeer je al gauw meerdere provinciegrenzen. Met als gevolgd dat je bij provincie X dit moest regelen, bij provincie Y dat en provincie Z wilde weer iets anders. Of gewoon helemaal geen helikoptervluchten. Dat was – en is – nog steeds een administratieve verschrikking voor de bedrijven.
Het vergt weinig fantasie om te bedenken wat er gebeurt als elke stad of gemeente de vrijheid krijgt eigen beleid in het ‘eigen’ luchtruim te gaan voeren. De 14 steden noemen zichzelf de ‘competent authority’ voor het besturen van het luchtruim. Ze eisen een beslissende stem in het toestaan van drone-operaties. Hoe krijgen de 355 Nederlandse gemeenten voldoende kennis in huis om als competente autoriteit te kunnen functioneren? Bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) werkt een handvol mensen aan het drone-dossier, het is al moeilijk genoeg om in zo’n klein team voldoende kennis in huis te halen, laat staan bij 355 gemeenten!
Toch zijn de initiatiefnemers heel serieus en hebben hun verstrekkende ideeën vervat in vijf punten. Lees en huiver even met me mee:
1. Cities/Regions have a deciding role for allowing the operation of UAM services of public interest (e.g. future public transport, postal-deliveries, emergency services) in alignment with the needs and preferences of their citizens.
Een dergelijke beleidsvrijheid op gemeentelijk niveau gaat leiden tot politieke en/of ambtelijke lokale willekeur die funest is voor elk drone-initiatief dat de gemeentegrenzen overstijgt.
2. Cities/Regions have a deciding role in establishing to what extent UAM/USpace operations can be conducted in their territories.
Gemeenten kunnen wel willen dat ze een bepalende stem hebben, maar ik zou graag het gezicht zien van de baas van de LVNL die dit met 355 gemeentes moet gaan coördineren.
3. Cities/Regions have a deciding role where UAM/U-Space flight operations are permitted within their territories (e.g. geo-fencing, day- / night-time restrictions, noise and visual abatements).
De inzet van drones krijgt alleen een kans als er duidelijkheid is en uniformiteit bestaat over regio’s. Het kan toch niet zo zijn dat een dronebedrijf in Groningen niet meer lokaal kan vliegen omdat de gemeente daar vluchten na 19.00 uur verbiedt, maar zijn concurrent in Assen dat nog wel kan?
4. Cities/Regions have a deciding role where take-off and landing sites are to be built.
Dit lijkt me een fair punt; gemeentes gaan immers over bestemmingsplannen, dus dat is prima. De regels waaraan zo’n landingsite moet voldoen (zoals milieuregels), dat is bij uitstek iets wat je op Europees of landelijk niveau wilt vaststellen.
5. Prosecution of infringements of the public use of the urban airspace over a city/regions remains a local task.
Handhaving is in Nederland zowel lokaal als nationaal tamelijk zwak georganiseerd, maar de vraag is ook hier of een gemeente moet gaan investeren in een totaal nieuw werkgebied. En voor welk probleem is dit eigenlijk een oplossing?
Al met al gaat het decentraliseren van bevoegdheden over het luchtruim leiden tot willekeur en versnippering. Drones worden over het algemeen omarmd als innovatief, maar wat de UIC2 nu voorstelt is dodelijk voor een sector waarbij schaalgrootte en standaardisatie belangrijk zijn. Het initiatief lijkt ook precies het omgekeerde van waar Europa al jaren met veel moeite aan werkt: de Single European Sky.
Kortom, ondanks de ongetwijfeld goede bedoelingen die de UIC2 heeft, wordt het tijd dat we dit initiatief zo snel mogelijk in de kiem smoren.
Graag nodig ik de burgemeester van Enschede, in zijn rol als mede-ondertekenaar van het manifest, uit om te reageren.