Vergunningprocedures die nog altijd stroef verlopen, onzekerheid rond de invoering van SORA 2.5 en beperkte vooruitgang bij BVLOS-operaties. Het waren enkele van de belangrijkste punten die naar voren kwamen tijdens de ledenvergadering van DCRO, de branchevereniging voor gecertificeerde drone-operators. Tijdens de bijeenkomst gingen operators in gesprek met vertegenwoordigers van LVNL en de ILT-Luchtvaartautoriteit. Hoewel er wordt gewerkt aan verbeteringen in het vergunningstelsel en de integratie van drones in het luchtruim, vrezen veel operators dat de praktijk voorlopig weerbarstig blijft.
Inhoudsopgave
85 operators laten hun stem horen
DCRO (Dutch Association of Certified RPAS Operators) telt momenteel ongeveer 85 leden. In Nederland zijn naar schatting circa 300 operators actief met een vergunning in de Specific categorie. Volgens het bestuur blijft het belangrijk dat operators zich organiseren om een gezamenlijke stem te laten horen richting toezichthouders en beleidsmakers.
Tijdens de bijeenkomst stelden zich meerdere nieuwe leden voor, afkomstig uit uiteenlopende segmenten van de sector, waaronder luchtfotografie, inspecties, beveiliging en de ontwikkeling van dronesystemen voor BVLOS-operaties.
Vergunningverlening blijft knelpunt
Een belangrijk onderwerp tijdens de vergadering was de vergunningverlening door de ILT-Luchtvaartautoriteit. Vanuit het perspectief van operators verloopt dat proces nog altijd moeizaam.
Het plan was om vergunningaanvragen tot en met risiconiveau SAIL II te versnellen via een zogenoemd verklaringenstelsel. Operators zouden daarbij verklaringen indienen die verwijzen naar hun Operations Manual, waarna aanvragen sneller afgehandeld kunnen worden. De invoering van dit systeem stond oorspronkelijk gepland voor begin 2026.
In de praktijk worden aanvragen echter nog steeds op de traditionele manier beoordeeld. Inspecteurs nemen volledige Operations Manuals door en geven daarbij regelmatig verschillende interpretaties en feedback. Volgens operators leidt dat tot vertraging en een gebrek aan voorspelbaarheid in het proces.
Tijdens de vergadering gaven Maarten Messemaker en Maarten Bonnema van de ILT een toelichting op de plannen om het vergunningproces te verbeteren. Zo wordt gewerkt aan een nieuw stelsel voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het doel daarvan is dat operators bij het indienen van een aanvraag sneller duidelijkheid krijgen over de uitkomst, doordat een deel van de controles al in het aanvraagproces wordt uitgevoerd.
Overgang naar SORA 2.5
Een andere ontwikkeling waar operators rekening mee moeten houden, is de invoering van SORA 2.5. Vanaf 1 april moeten nieuwe exploitatievergunningen volgens deze methodiek worden aangevraagd.
Tegelijkertijd moeten veel operators hun bestaande Operation Authorisation begin 2027 verlengen. Omdat verlengingen pas een half jaar voor afloop kunnen worden aangevraagd, wordt verwacht dat er later dit jaar een grote piek aan aanvragen ontstaat.
Volgens aanwezige operators kan dat tot vertragingen leiden, zeker omdat er nog weinig praktische handreikingen zijn voor de toepassing van SORA 2.5. Ook speelt mee dat de capaciteit bij de ILT beperkt is.
Daarnaast blijft het aantonen van zogenoemde enhanced containment een lastig punt. Voor veel operaties is het noodzakelijk om te bewijzen dat een drone binnen een bepaald veiligheidsgebied blijft. Dat vereist onder meer goedgekeurde parachutesystemen of flight termination systems. Het goedkeuringsproces daarvan verloopt volgens operators echter traag, wat vergunningaanvragen verder kan vertragen.
Enhanced containment zorgt ook voor problemen bij cross border operaties. Voor vluchten in België is bijvoorbeeld enhanced containment vereist, maar het is momenteel lastig om dergelijke operaties in Nederland goedgekeurd te krijgen. Bovendien worden Nederlandse altMOC’s niet automatisch geaccepteerd door de Belgische luchtvaartautoriteit, terwijl Belgische operators wel relatief eenvoudig in Nederland kunnen opereren. Volgens vertegenwoordigers van de ILT wordt hierover overleg gevoerd met EASA en collega-luchtvaartautoriteiten, maar spelen daarbij ook beleidsmatige en politieke factoren een rol.
LVNL over dronezones in CTR’s
Ook de integratie van drones in gecontroleerd luchtruim kwam uitgebreid aan bod. Gastspreker Jip Engels van LVNL gaf een toelichting op de stand van zaken rond geozonering binnen CTR’s.
LVNL werkt momenteel aan de uitwerking van de procedurewijziging. Een concept ligt inmiddels klaar en wordt intern getoetst op veiligheid en uitvoerbaarheid door luchtverkeersleiders en veiligheidsdeskundigen. Dit proces liep helaas enige vertraging op door personele problemen en inhoudelijke vraagstukken die tijdens het proces naar voren kwamen.
Uit deze beoordeling kwamen twee aandachtspunten naar voren, waaronder de veiligheidsmarge tussen bemande en onbemande luchtvaart in bepaalde zones. Met name tussen landend IFR-verkeer en onbemande luchtvaart speelt een discussie over de voldoende veiligheidsbuffer. LVNL en IenW hebben ook de DCRO betrokken om gezamenlijk tot een oplossing te komen.
Mogelijk moeten de contouren van geplande dronezones met kenmerk 2A nog worden aangepast. Als de interne beoordeling en eventuele aanpassingen zijn afgerond, kan de regeling volgens LVNL mogelijk in de tweede helft van 2026 worden vrijgegeven, maar een datum durft men niet te noemen. Dit heeft te maken met aanvullende veiligheidstoetsen, onder andere door de ILT.
De toekomst van de Godrone-app, die momenteel niet goed functioneert, kwam ook nog even ter sprake. LVNL werkt aan een doorstart van het platform in samenwerking met de Indra Group. Daarbij wordt ook de kaartdata weer actueel gemaakt. In de komende twaalf maanden zal Godrone nog wat worden doorontwikkeld, onder meer met een integratie van procedures voor militaire CTR’s. Tegelijkertijd loopt er een aanbestedingstraject voor een opvolger van het platform, waarbij nadrukkelijker rekening wordt gehouden met de behoeften van gebruikers.
Blokregeling in CTR Rotterdam
Binnen de CTR van Rotterdam wordt ondertussen geëxperimenteerd met een aparte regeling voor operators die regelmatig vliegen in het havengebied, zoals begrensd door de A15, A20 en A4. Deze regeling staat bekend als de zogenoemde blokregeling.
Om te voorkomen dat alle beschikbare slots worden bezet door BVLOS-inspectievluchten, is deze regeling ingevoerd. Eén partij verzorgt het radioverkeer met de luchtverkeersleiding, terwijl andere operators onderling communiceren via portofoons.
De regeling geldt momenteel tot een hoogte van 150 voet en alleen in zogenoemd atypical airspace. De regeling staat in principe open voor alle leden van DCRO, die in het betreffende gebied willen vliegen.
BVLOS-ontwikkeling verloopt (te) traag
Ook de ontwikkeling van BVLOS-operaties in Nederland kwam tijdens de vergadering ter sprake. Tijdens een recente bijeenkomst in Den Helder, waarbij onder andere ILT, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum aanwezig waren, werd gesproken over een nieuwe nationale roadmap voor BVLOS.
DCRO-voorzitter Pieter Franken was aanwezig bij de meeting. Volgens hem wordt er wel veel onderzoek gedaan en verschijnen er regelmatig nieuwe plannen, maar blijft concrete operationele vooruitgang beperkt. In andere landen wordt vaker geëxperimenteerd met BVLOS-operaties, terwijl de Nederlandse sector vooral wacht op verdere beleidsontwikkeling.
Veiligheidsdata als onderbouwing
Tot slot werd tijdens de vergadering stilgestaan bij het belang van het verzamelen van veiligheidsdata. DCRO publiceerde vorig jaar een rapport op basis van statistieken van aangesloten operators, waaruit bleek dat het risico op een fly-away relatief klein is. Verschillende adviesbureaus hebben inmiddels verwezen naar de statistieken in dat rapport.
Uit recente statistieken volgt nog een andere opmerkelijke conclusie. Volgens de verzamelde cijfers vindt er ongeveer één crash plaats per 1.500 handmatige VLOS-vluchten. Bij circa 15.000 BVLOS-vluchten, uitgevoerd door een van de aangesloten operators, werd geen enkele crash geregistreerd. Dit is een indicatie dat BVLOS-vluchten vanuit droneboxen nog veel veiliger zijn dan reguliere dronevluchten.
Volgens DCRO kunnen dergelijke gegevens helpen om discussies met toezichthouders en beleidsmakers beter te onderbouwen. Daarom worden operators aangemoedigd om veiligheidsdata te blijven aanleveren.
Wil je ook een bijdrage leveren aan de professionele ontwikkeling van de drone-industrie? Sluit je dan aan bij DCRO. Als netwerk van gecertificeerde professionals zet deze branchevereniging zich in voor veilige onbemande luchtvaart, waarbij leden profiteren van waardevolle voordelen. Voor meer informatie over het lidmaatschap kan contact worden opgenomen via info@dcro.nl.