Vanaf maandag 7 september vindt in grote delen van Nederland de jaarlijkse militaire oefening Falcon Leap plaats. Daarbij vliegen internationale transportvliegtuigen op lage hoogte boven Nederland om het droppen van vracht en parachutisten te oefenen. Voor dronevliegers betekent dat: extra goed opletten waar en wanneer er gevlogen wordt. Op zaterdag 19 september wordt de oefening afgesloten met de jaarlijkse herdenking van Operatie Market Garden op de Ginkelse Heide bij Ede.
Inhoudsopgave
Tijdelijk laagvlieggebied
Aan de oefening doen dit jaar militairen uit elf landen mee, met onder meer C-130 Hercules-, A400M-, C-295M-, C-27J- en KC-390-transportvliegtuigen. Voor Falcon Leap is een omvangrijk tijdelijk laagvlieggebied ingesteld. Dat strekt zich uit over grote delen van Nederland, van het noorden van het land tot Limburg en van Zeeland tot aan de Duitse grens. Binnen dit gebied mogen de deelnemende militaire vliegtuigen aanzienlijk lager vliegen dan normaal.
Volgens de officiële bekendmaking bedraagt de minimumhoogte overdag 300 voet (circa 90 meter) boven de grond. In verband met de opdracht mag daar incidenteel nog van worden afgeweken. Buiten de daglichtperiode geldt een minimum van 500 voet, eveneens met mogelijkheden om daar in specifieke situaties van af te wijken.
Het gaat dus niet om een situatie waarin overal en voortdurend laag wordt gevlogen. De ontheffing geldt alleen voor de delen van de vluchten die noodzakelijk zijn voor de oefening. Toch kunnen dronevliegers in een groot deel van Nederland de komende twee weken onverwacht een militair transportvliegtuig op relatief geringe hoogte tegenkomen.
Ook ’s avonds vluchten
De vluchten vinden naar verwachting vooral plaats tussen 13.00 en 17.00 uur en tussen 19.00 en 23.00 uur. De tijden kunnen veranderen door de omstandigheden. Defensie waarschuwt bovendien dat de exacte locaties en tijdstippen van parachutesprongen niet vooraf bekend worden gemaakt.
Vooral dat laatste is relevant voor dronevliegers. Een drone kan vanaf de grond nauwelijks inschatten welke route een laagvliegend transportvliegtuig zal volgen. Wie een dronevlucht uitvoert, moet daarom niet alleen kijken naar de vaste no-flyzones, maar ook naar tijdelijke beperkingen en actuele luchtvaartinformatie.
Controleer het luchtruim vóór iedere vlucht
Dronevliegers doen er de komende periode verstandig aan om voor iedere vlucht opnieuw de actuele luchtruiminformatie te controleren. Dat kan bijvoorbeeld met de GoDrone-app en -kaart van LVNL. Daarin zijn onder meer NOTAM’s en andere relevante luchtvaartinformatie opgenomen.
Ook de Aeret Kaartviewer is hiervoor bruikbaar. De Rijksoverheid verwijst dronevliegers expliciet naar Aeret voor het controleren van de actuele dronegeozones.
Militair verkeer heeft voorrang
Een dronevlieger moet te allen tijde voorkomen dat zijn toestel een gevaar vormt voor ander luchtverkeer. Zie je tijdens een vlucht onverwacht een bemand vliegtuig naderen, dan is het zaak de drone direct zo te manoeuvreren dat er geen conflictrisico ontstaat.
Tijdens Falcon Leap is extra voorzichtigheid dus geen overbodige luxe. De deelnemende vliegtuigen kunnen op lage hoogte vliegen, terwijl de vliegroutes en oefenlocaties kunnen variëren.
De officiële beschikking van Defensie noemt het gebied daarom expliciet een tijdelijk laagvlieggebied. De ontheffing geldt van 7 tot en met 19 september en wordt tevens via een NOTAM bekendgemaakt.