De NAVO gaat de komende vijf jaar meer dan 40 miljard dollar uitgeven aan drones en systemen om vijandelijke drones op te sporen en uit te schakelen. Dat maakte secretaris-generaal Mark Rutte maandag bekend tijdens het Defence Industry Forum, dat plaatsvindt aan de zijlijn van de NAVO-top in Ankara. Tegelijkertijd kondigde de alliantie een reeks maatregelen aan om de defensie-industrie sneller te laten opschalen, waaronder een speciale marktplaats voor counter-droneoplossingen en een forse uitbreiding van de opleidingscapaciteit voor dronepiloten.
Inhoudsopgave
Drone Edge-initiatief
De investeringen maken deel uit van het nieuwe NATO Drone Edge Initiative, waaraan twintig NAVO-lidstaten deelnemen. Volgens Rutte wordt niet alleen geïnvesteerd in de ontwikkeling en aanschaf van drones, maar ook in counter-UAS-capaciteiten. Daarnaast hebben de deelnemende landen afgesproken om vóór eind 2027 vijf keer zoveel militaire dronepiloten op te leiden als nu het geval is.
Volgens de NAVO zijn inmiddels zestien opleidingscentra voor dronepiloten opgezet. Om de aanschaf van nieuwe systemen te versnellen komt er bovendien een speciale counter-drone marktplaats. Leveranciers kunnen daar systemen aanbieden die vooraf door de NAVO zijn getest op prestaties, interoperabiliteit en compatibiliteit met bestaande militaire infrastructuur. Daarmee moeten lidstaten sneller toegang krijgen tot bewezen technologie.
Verdere versterking van de defensie-industrie
Tijdens het forum maakte de NAVO tevens bekend dat het NAVO Support and Procurement Agency (NSPA) een contract ter waarde van honderden miljoenen dollars heeft afgesloten voor de gezamenlijke aanschaf van surveillancedrones voor bondgenoten.
Daarnaast presenteerde Rutte twee nieuwe initiatieven om de defensieproductie binnen het bondgenootschap te versnellen. Het NATO Front Door for Industry moet bedrijven eenvoudiger toegang geven tot aanbestedingen, innovatieprogramma’s en andere samenwerkingsmogelijkheden binnen de NAVO. Met de NATO Engine wil de alliantie beschikbare productiecapaciteit in Europa, Canada en de Verenigde Staten beter op elkaar afstemmen, zodat de industriële productie sneller kan worden opgeschaald.
Reactie op groeiende dronebedreiging
De miljardeninvestering volgt op een periode waarin drones een steeds prominentere rol zijn gaan spelen in en rond Europa. In meerdere gevallen zijn langeafstandsdrones die werden ingezet in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne in NAVO-lidstaten terechtgekomen. Zo kwamen drones neer in onder meer Polen, Roemenië, Letland en Estland, waarna de NAVO verschillende keren gevechtsvliegtuigen inzette om mogelijke dreigingen te onderscheppen.
Tegelijkertijd leidde een groot aantal meldingen van vermeende verdachte drones boven onder meer Denemarken, Duitsland, Frankrijk, België en Nederland tot verhoogde waakzaamheid bij overheden en veiligheidsdiensten. Voor veel van deze meldingen werd uiteindelijk echter geen concreet bewijs gevonden voor ongeautoriseerde of vijandige droneactiviteiten. In verschillende landen concludeerden politieonderzoeken dat meldingen niet konden worden bevestigd of waarschijnlijk betrekking hadden op andere objecten of reguliere luchtvaart.
Kritiek op de onderbouwing
Ondanks het beperkte bewijs voor veel van de gemelde incidenten lijkt de perceptie van een groeiende dronebedreiging een belangrijke rol te spelen in de versnelling van investeringen in counter-UAS-capaciteiten. Vorige week kreeg die ontwikkeling extra aandacht na publicatie van een inmiddels stevig bekritiseerd rapport van de Britse denktank IISS, waarin werd gesuggereerd dat Russische ‘schaduwvloot’-schepen mogelijk betrokken zouden zijn bij droneactiviteiten boven Europa. Diverse onderzoekers en journalisten wezen er echter op dat het rapport grotendeels gebaseerd is op indirecte aanwijzingen en openbronnenonderzoek, zonder hard bewijs voor de gesuggereerde verbanden.
Los van die discussie bestaat er binnen de NAVO brede overeenstemming dat goedkope drones een structurele uitdaging vormen voor de verdediging van militaire installaties, kritieke infrastructuur en troepen in het veld. De oorlog in Oekraïne heeft laten zien dat relatief eenvoudige UAV’s een grote operationele impact kunnen hebben, waardoor investeringen in zowel offensieve drones als effectieve counter-dronecapaciteiten voor veel bondgenoten een hoge prioriteit hebben gekregen.