Hoewel de kans op een terroristische aanslag in Nederland volgens het vandaag verschenen Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland juni 2026 onverminderd reëel blijft, ziet de NCTV drones vooralsnog niet als het meest waarschijnlijke aanslagmiddel. Wel waarschuwt de dienst dat de terroristische dreiging van drones de komende jaren kan toenemen. Die analyse sluit opvallend goed aan bij de recente conclusies van terrorismeonderzoeker Stijn Willem van ’t Land van de Universiteit Leiden.
Inhoudsopgave
Drones vooralsnog geen voorkeurswapen
In het hoofdstuk over jihadistische dreiging besteedt de NCTV een apart kader aan drones. Daarin wordt benadrukt dat er in West-Europa voor zover bekend nog nooit een succesvolle terroristische aanslag met een drone is uitgevoerd. Wel zijn de afgelopen vijf jaar meerdere plannen voor drone-aanslagen verijdeld. Als voorbeeld noemt het rapport de arrestatie van drie verdachten in Antwerpen in oktober 2025, die een explosief onder een drone wilden bevestigen om een aanslag te plegen op Belgische politici.
Volgens de NCTV vereist een effectieve drone-aanslag nog altijd aanzienlijke technische kennis. Niet alleen moeten daders beschikken over explosieven, maar ook over kennis van aflever- en ontstekingsmechanismen en voldoende operationele planning. Vooral de toegang tot explosieven en precursoren vormt volgens het rapport een belangrijke drempel. Daarom blijft een aanslag met eenvoudige middelen, zoals steekwapens of voertuigen, voorlopig waarschijnlijker dan een aanval met een drone.
Oorlog in Oekraïne versnelt ontwikkeling
Tegelijkertijd ziet de NCTV verschillende ontwikkelingen die de dreiging op langere termijn kunnen vergroten. De oorlog tussen Rusland en Oekraïne heeft de ontwikkeling van drones in een stroomversnelling gebracht. Daarnaast circuleren online steeds meer handleidingen waarmee commerciële drones kunnen worden omgebouwd tot wapens. Ook wijst de NCTV erop dat zowel ISIS als Al Qaida dergelijke handleidingen hebben verspreid en hun aanhangers actief oproepen om drones als aanslagmiddel te gebruiken.
De conclusie luidt dan ook dat “de terroristische dreiging van drones in en tegen het Westen de komende jaren mogelijk zal toenemen.”
Bevestiging van Leidse studie
Die inschatting komt vrijwel één-op-één overeen met de bevindingen van Stijn Willem van ’t Land, universitair docent terrorisme en politieke geweld aan de Universiteit Leiden. In zijn recente onderzoek, waar eerder over berichtte, concludeerde hij dat een drone-aanslag in Nederland op korte termijn weinig waarschijnlijk is.
Van ’t Land wees daarbij op dezelfde praktische belemmeringen die nu ook door de NCTV worden genoemd. Het inzetten van een drone als effectief aanslagmiddel vereist specialistische kennis, betrouwbare ontstekingsmechanismen en toegang tot explosieven. Voor veel terroristen zijn eenvoudiger middelen daardoor aantrekkelijker.
Tegelijkertijd waarschuwde ook Van ’t Land dat de situatie snel kan veranderen. Door de snelle technologische ontwikkeling van drones, de ervaringen die wereldwijd worden opgedaan in gewapende conflicten en de brede beschikbaarheid van technische kennis neemt het risico op langere termijn wel degelijk toe.
Geen reden voor paniek
Opvallend is dat de NCTV de droneparagraaf nadrukkelijk plaatst binnen een bredere analyse van de jihadistische dreiging. De dienst stelt dat de meeste aanslagen in Europa nog altijd worden gepleegd door alleen handelende daders die gebruikmaken van eenvoudig verkrijgbare middelen. Drones worden genoemd als een mogelijke toekomstige ontwikkeling, niet als de dominante dreiging van dit moment.
Daarmee schetst de NCTV een genuanceerd beeld: er is geen aanleiding om drones nu als het belangrijkste terroristische risico te beschouwen, maar veiligheidsdiensten moeten zich wel voorbereiden op een scenario waarin commerciële drones steeds gemakkelijker kunnen worden ingezet als wapen. Dat is precies de boodschap die ook uit het Leidse onderzoek naar voren kwam: geen acute dronepaniek, wel een dreiging die serieus moet worden gevolgd.