De discussie over de vermeende drone-incidenten boven Denemarken in het najaar van 2025 is nog altijd niet verstomd. Nadat de Deense krijgsmacht vorige maand concludeerde dat er geen bewijs is gevonden voor vijandige drones, is nu opnieuw ophef ontstaan over één van de meest besproken incidenten: het afvuren van 43 schoten op een vermeende drone boven het militaire oefenterrein bij Borris. De Deense omroep TV 2 zet nieuwe vraagtekens bij de officiële reconstructie van die avond. Radio IIII plaatst bovendien kanttekeningen bij de beschrijving van het object waarop zou zijn geschoten.
Inhoudsopgave
Ooggetuigen spreken tijdlijn tegen
Volgens de officiële evaluatie openden militairen rond 20.20 uur het vuur op een vermeende drone, die voorzien zou zijn geweest van groene en rode knipperlichten. Op dat moment zou er geen bemand luchtverkeer meer boven het gebied zijn geweest, waardoor volgens Defensie uitgesloten is dat op een passagiersvliegtuig is geschoten.
TV 2 publiceerde echter een Messenger-bericht van een omwonende dat al om 20.09 uur werd verstuurd. Daarin schrijft hij: “Ze hebben net op een vliegtuig boven Borris geschoten.” De man verklaart dat hij de schoten hoorde direct nadat een knipperend object – later geïdentificeerd als een lijnvlucht van de Noorse luchtvaartmaatschappij Widerøe – over het militaire terrein vloog.
Volgens TV 2 bevestigen meerdere andere ooggetuigen dat zij de schoten eveneens al kort na het overvliegen van het vliegtuig hoorden, ruim vóór het tijdstip dat Defensie in de officiële evaluatie noemt.
Minister wil opheldering
De nieuwe informatie heeft geleid tot een reactie van de Deense minister van Defensie, Jeppe Bruus. Hij heeft de defensiestaf gevraagd de bevindingen van TV 2 nader te onderzoeken en te beoordelen of de officiële evaluatie moet worden aangepast.
Een hoogleraar bestuursrecht wijst er tegenover TV 2 op dat Defensie verplicht is een volledig en correct beeld van de feiten te geven. Als nieuwe, betrouwbare informatie de gepubliceerde tijdlijn weerspreekt, moet de krijgsmacht volgens hem uitleg geven of de informatie corrigeren. “Als we de informatie van burgers mogen geloven, dan ondermijnt dat de verklaring van Defensie volledig”, zegt hij.
Vooralsnog houdt Defensie vast aan de eerder gepubliceerde evaluatie en laat weten geen aanvullende opmerkingen te hebben.
Ook vragen over de vermeende drone
Naast de tijdlijn plaatst Radio IIII vraagtekens bij de beschrijving van het object waarop de militairen zouden hebben geschoten. In de evaluatie staat dat het object “het grootste deel of zelfs het volledige richtbeeld” van de geweervizieren vulde, terwijl het tegelijkertijd op slechts 150 tot 200 meter hoogte zou hebben gevlogen.
Op basis van de specificaties van de gebruikte richtkijkers berekende Radio IIII dat een object op die afstand een spanwijdte van ongeveer 17 tot 23 meter zou moeten hebben om vrijwel het volledige gezichtsveld te vullen. Dat komt overeen met de afmetingen van een klein vliegtuig, en niet met de drones waar destijds voor werd gewaarschuwd.
Volgens de Noorse luchtvaartexpert Lars Haga is het echter zeer lastig om in het donker de hoogte en afmetingen van een vliegend object goed in te schatten. Hij waarschuwt daarom dat de waarnemingen van de militairen aanzienlijke beoordelingsfouten kunnen bevatten.
Mocht de schietpartij inderdaad hebben plaatsgevonden terwijl het passagiersvliegtuig boven het oefenterrein vloog, dan betekent dat overigens niet automatisch dat het toestel daadwerkelijk gevaar heeft gelopen. De standaardgeweren van de Deense krijgsmacht hebben een effectief bereik van ongeveer 400 meter. Voormalig gevechtspiloot Søren Sørensen verklaarde eerder tegenover TV 2 dat handvuurwapens geen reële bedreiging vormen voor een verkeersvliegtuig dat op een hoogte van ruim 2.400 meter vliegt. Volgens vluchtgegevens bevond het Widerøe-toestel zich op het moment van overvliegen op ongeveer 2.800 meter hoogte.
Dronepaniek zonder hard bewijs
Dronewatch berichtte eerder al dat de Deense evaluatie geen overtuigend bewijs vond voor vijandige drones boven militaire installaties tijdens de veelbesproken ‘dronepaniek’ van 2025. Ook recent vrijgegeven politieonderzoek leverde geen bevestiging op van illegale dronevluchten. De nieuwe onthullingen van TV 2 en de aanvullende analyse van Radio IIII richten zich vooral op de vraag of de officiële reconstructie van het schietincident bij Borris volledig en correct is weergegeven.
De discussie vertoont opvallende overeenkomsten met de vermeende dronewaarnemingen boven Vliegbasis Volkel en Eindhoven Airport in dezelfde periode. Ook daar zagen militairen en beveiligingspersoneel knipperende lichten in de lucht, waarna onder meer anti-dronemaatregelen werden ingezet en volgens diverse bronnen ook schoten zijn gelost. Tot op de dag van vandaag is echter niet duidelijk geworden wat er precies is waargenomen. Later bleek dat er tijdens de bewuste avonden geen dronedetectieapparatuur aanwezig was, waardoor de meldingen uitsluitend waren gebaseerd op menselijke waarnemingen.