Verplicht vliegbewijs en Remote ID voor drones >100 gram op komst |

Dronepiloten die vliegen met drones zwaarder dan 100 gram krijgen mogelijk vanaf 2028 te maken met nieuwe verplichtingen. Dat blijkt uit discussies die vorige week plaatsvonden tussen EASA en stakeholders uit de dronesector tijdens een bijeenkomst in Keulen. Daar werden de contouren besproken van NPA 2026-103, een voorstel voor aanpassing van de Europese droneverordeningen 2019/945 en 2019/947. Op tafel liggen onder meer een verplichte registratie, opleiding en Remote ID voor alle drones boven de 100 gram. Daarmee werkt EASA aanbevelingen uit die de Europese Commissie eerder dit jaar presenteerde.

Registratie en training vanaf 100 gram

De huidige Europese dronewetgeving trad eind 2020 in werking en geldt sindsdien als het geharmoniseerde kader voor droneoperaties binnen de EU. Volgens EASA is een actualisatie nodig om opgedane praktijkervaringen, technologische ontwikkelingen en nieuwe veiligheidsuitdagingen in de regelgeving te verwerken.

Een van de meest in het oog springende voorstellen is het verlagen van de drempel voor registratie en opleiding naar drones zwaarder dan 100 gram. Momenteel geldt in de Open categorie geen opleidingsplicht voor gebruikers van drones lichter dan 250 gram. Wel moet men zich in de meeste gevallen registeren als operator.

Als het voorstel wordt aangenomen, krijgen veel dronevliegers in de Open categorie te maken met nieuwe verplichtingen. Gebruikers van lichte cameradrones tussen 100 en 250 gram, zoals modellen uit de populaire DJI Mini-, DJI Neo- en Lyto-series, zullen dan een eenvoudige theoriecursus moeten doorlopen. De Britse luchtvaartautoriteit CAA UK was de eerste toezichthouder die de gewichtsdrempel verlaagde van 250 naar 100 gram.

Remote ID voor vrijwel alle drones

Daarnaast wil EASA Direct Remote ID verplicht stellen voor alle drones boven de 100 gram. Op dit moment is Remote ID alleen verplicht voor drones die meer wegen dan 250 gram. Tevens wil Brussel dat drones met Remote ID niet meer kunnen opstijgen als er geen exploitantnummer is ingevuld. Remote ID wordt vaak omschreven als een digitaal kenteken voor drones. Via een ontvanger kunnen handhavers, hulpdiensten en ook burgers identificatie- en locatiegegevens van een drone ontvangen.

Volgens EASA moet de uitbreiding bijdragen aan meer transparantie in het lagere luchtruim en het eenvoudiger maken om drones te identificeren tijdens incidenten. Een verplicht ADS-L-systeem, waarmee drones ook zichtbaar zouden worden voor andere luchtruimgebruikers, maakt vooralsnog geen onderdeel uit van de voorstellen.

Meer ruimte voor laagrisico-operaties onder STS

Tegelijkertijd bevat NPA 2026-103 ook een aantal versoepelingen voor professionele drone-operators. EASA constateert dat duizenden Specific-operaties die in de praktijk een relatief laag risico kennen nog steeds via individuele vergunningstrajecten moeten worden beoordeeld. Dat leidt volgens het agentschap tot onnodige administratieve lasten voor zowel operators als luchtvaartautoriteiten.

Om die reden wil EASA het gebruik van standaardscenario’s (STS) uitbreiden, met name voor operaties binnen het SAIL II-risiconiveau. Het uitgangspunt is dat meer vluchten kunnen plaatsvinden op basis van een operationele verklaring, zonder dat vooraf een individuele operationele autorisatie nodig is.

Ook wil EASA een groter deel van de veiligheidsbeoordeling verschuiven naar fabrikanten. Wanneer drones en operationele concepten vooraf volgens gestandaardiseerde eisen zijn beoordeeld, hoeft de operator in bepaalde gevallen niet langer zelf een volledige Specific Operations Risk Assessment (SORA) uit te voeren. Daarmee moet het eenvoudiger worden om geavanceerde droneoperaties uit te voeren.

Nieuwe standaardscenario’s voor BVLOS

De voorgestelde aanpak komt onder meer terug in nieuwe en aangepaste standaardscenario’s voor vluchten buiten zichtafstand (BVLOS). Daarbij gaat het onder andere om operaties nabij infrastructuur en obstakels (in a-typical airspace), maar ook om het gebruik van grote landbouwdrones met een maximaal startgewicht tot 750 kilogram.

Het doel is om dergelijke operaties eenvoudiger uitvoerbaar te maken zonder dat telkens een volledige SORA-risicobeoordeling hoeft te worden doorlopen. Ook de betrokkenheid van nationale luchtvaartautoriteiten zou daardoor kunnen afnemen.

Onderdeel van bredere herziening

De voorstellen sluiten aan bij aanbevelingen die de Europese Commissie in februari 2026 presenteerde als onderdeel van een breder drone- en counterdronepakket. Daarmee wil Brussel de bestaande dronewetgeving actualiseren op basis van praktijkervaringen, technologische ontwikkelingen en nieuwe uitdagingen op het gebied van veiligheid en handhaving.

De discussie over strengere regels kreeg extra aandacht door de vele meldingen van vermeende drones boven kritieke infrastructuur en andere gevoelige locaties in verschillende Europese landen aan het einde van 2025. Hoewel de huidige voorstellen deel uitmaken van een bredere evaluatie van het Europese dronekader, droegen deze incidenten bij aan de politieke en maatschappelijke roep om meer toezicht en transparantie in het lagere luchtruim.

Harmonisatie blijft discussiepunt

Tot slot bevat het voorstel verduidelijkingen rond nationale voorwaarden en geografische zones voor drones. Binnen de sector bestaat al langer de wens om nationale uitzonderingen en aanvullende eisen verder te harmoniseren. Ondanks de bestaande Europese regelgeving lopen drone-operators die grensoverschrijdend werken nog regelmatig tegen verschillen tussen lidstaten aan.

De voorgestelde wijzigingen zijn overigens nog niet definitief. NPA 2026-103 vormt het startpunt van een meerjarig traject waarin de regels verder worden uitgewerkt en afgestemd met de lidstaten en de sector. Volgens de huidige planning zouden de eerste wijzigingen vanaf medio 2028 van kracht kunnen worden, terwijl het vernieuwde regelgevingskader op zijn vroegst rond 2031 volledig operationeel zou kunnen zijn.

Wat vind jij hiervan?

      Laat een reactie achter

      Vergelijk items
      • Totaal (0)
      Vergelijken