De Nederlandse drone-industrie kan de komende jaren rekenen op een stevige impuls vanuit Defensie. In een update van het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen (APOS) kondigt het ministerie niet alleen nieuwe investeringen aan, maar vooral een andere manier van samenwerken met bedrijven. In plaats van kant-en-klare producten in te kopen, wil Defensie langdurige partnerschappen aangaan waarin drones en software continu worden doorontwikkeld. Daarmee moet een sterk Nederlands ecosysteem voor onbemande systemen ontstaan, waarvan ook de bredere dronesector kan profiteren.
Inhoudsopgave
Van inkoper naar launching customer
Volgens Defensie hebben de ontwikkelingen in Oekraïne laten zien dat de innovatiecyclus van drones veel sneller verloopt dan traditionele defensieprojecten kunnen bijhouden. Daarom wil het ministerie de tijd tussen een eerste idee, een werkend prototype en uiteindelijke productie drastisch verkorten.
Een belangrijk onderdeel daarvan is dat Defensie zich nadrukkelijker opstelt als zogeheten launching customer. Door bedrijven al in een vroeg stadium meerjarige opdrachten te geven, krijgen zij voldoende zekerheid om te investeren in productiecapaciteit en verdere productontwikkeling. Tegelijkertijd blijven verschillende bedrijven met elkaar concurreren om de beste oplossingen te ontwikkelen.
Focus op operationeel effect
Opvallend is dat Defensie afscheid neemt van de traditionele manier van aanbesteden. Waar voorheen vaak een specifiek type drone werd uitgevraagd, wordt voortaan vooral gekeken naar het gewenste operationele effect. Vervolgens krijgen bedrijven de ruimte om hun systemen gedurende de looptijd van het contract voortdurend aan te passen aan nieuwe technologische ontwikkelingen.
Volgens Defensie sluit deze aanpak beter aan bij de razendsnelle innovaties op dronegebied. Door producten gedurende hun levenscyclus continu te verbeteren, moet de krijgsmacht sneller kunnen beschikken over actuele technologie. Tegelijkertijd ontstaat voor bedrijven een stabielere basis om te investeren in verdere ontwikkeling.
Nieuwe investeringen
De kamerbrief bevat ook een aantal concrete initiatieven. Zo trekt Defensie ruim €150 miljoen uit voor een vijfjarig programma rond langeafstandsdrones, komt er extra aandacht voor de ontwikkeling van onbemande grondvoertuigen en wordt een strategisch softwarepartnerschap aangegaan met het Nederlandse bedrijf Intelic. De technische details van dat partnerschap blijven vertrouwelijk.
Volgens de bijbehorende toelichting draait het daarbij nadrukkelijk om het versterken van de Nederlandse kennispositie en productiecapaciteit. De overheid wil de ontwikkeling van cruciale technologie zoveel mogelijk in eigen land houden.
Minder afhankelijk van buitenlandse technologie
Een terugkerend thema in de plannen is het verminderen van strategische afhankelijkheden. Defensie wil vaker kiezen voor Nederlandse of Europese leveranciers en meer investeren in de ontwikkeling van kritieke componenten binnen Europa. Ook komt er een bonus-malussysteem waarbij bedrijven die de herkomst en leveringszekerheid van componenten kunnen aantonen een streepje voor krijgen bij aanbestedingen.
Daarmee sluit Nederland aan bij een bredere Europese beweging om de productie van drones en essentiële onderdelen minder afhankelijk te maken van leveranciers buiten Europa.
Meer ruimte om te testen
Ook op het gebied van testen en experimenteren wil Defensie versnellen. Volgens het ministerie zijn de huidige mogelijkheden in Nederland beperkt, zeker wanneer onder realistische omstandigheden moet worden geoefend. Daarom wordt ingezet op intensievere samenwerking met buitenlandse testlocaties, waaronder een nieuw partnerschap met Letland.
Daarnaast blijven investeringen in Nederlandse testfaciliteiten doorgaan. Zo wordt samen met de TU Delft, de provincie Zuid-Holland en het bedrijfsleven gewerkt aan verdere ontwikkeling van drone-innovatie in Delft. Ook de maritieme testlocatie SeaSec in Scheveningen blijft onderdeel van deze strategie. Verder wil Defensie de regelgeving aanpassen om het testen van nieuwe drones eenvoudiger te maken.
Relevantie voor de civiele dronesector
Hoewel de plannen primair zijn bedoeld voor de krijgsmacht, kunnen ze ook gevolgen hebben voor de Nederlandse civiele dronesector. Door bedrijven meer ontwikkelzekerheid te bieden, testfaciliteiten uit te breiden en kennisinstellingen nadrukkelijker te betrekken, ontstaat een innovatie-ecosysteem waarvan ook toepassingen buiten Defensie kunnen profiteren.
De vraag is wel in hoeverre deze kennis uiteindelijk zijn weg vindt naar civiele markten zoals inspecties, infrastructuur, logistiek en openbare veiligheid. Dat zal de komende jaren moeten blijken, maar de nieuwe koers maakt duidelijk dat de overheid drones inmiddels ziet als een strategische technologie waarin langdurig geïnvesteerd moet worden.
(coverfoto: NLR)