Zeven jaar na de invoering van de Europese droneregels en drie jaar na de presentatie van de Drone Strategy 2.0 blijft de grootschalige inzet van drones in Europa achter bij de ambities. Dat stelt de Joint European Drone Associations (JEDA) in een gezamenlijk standpunt met andere Europese brancheorganisaties. In aanloop naar de evaluatie van de Europese drone-strategie roepen zij de Europese Commissie op om niet langer vooral te kijken naar regelgeving en beleidsinitiatieven, maar naar concrete resultaten: meer dronevluchten, kortere implementatietijden en een Europese markt waarin commerciële droneoperaties daadwerkelijk kunnen opschalen.
Inhoudsopgave
Kloof tussen ambities en praktijk
Volgens de betrokken organisaties bestaat er een groeiende kloof tussen de strategische ambities van Europa, het regelgevend kader en de daadwerkelijke toepassing van drones. Hoewel de afgelopen jaren vooruitgang is geboekt met regelgeving en beleidsontwikkeling, blijven grootschalige commerciële droneoperaties in de praktijk beperkt. Ook zijn de beschikbare middelen schaars, terwijl de internationale concurrentie niet stilzit.
De organisaties willen dat de Europese Commissie deze structurele problemen centraal stelt bij de evaluatie van de Drone Strategy 2.0. Daarbij moet de nadruk verschuiven van institutionele activiteiten naar meetbare resultaten. Niet het aantal gepubliceerde beleidsdocumenten of afgeronde overlegtrajecten moet bepalend zijn, maar onder meer het aantal uitgevoerde vluchten, het aantal vlieguren, de tijd die nodig is om operationeel te worden en de mate waarin bedrijven hun activiteiten over landsgrenzen heen kunnen uitbreiden.
De gezamenlijke oproep is vastgelegd in een document met zes uitgangspunten voor de herziening van de Europese drone-strategie. Naast JEDA zijn ook de Alliance for New Mobility Europe, Drone Alliance Europe en de Global UTM Association bij het initiatief betrokken.
Zes uitgangspunten voor de Europese Commissie
De organisaties hebben zes principes geformuleerd die volgens hen noodzakelijk zijn om de Europese dronemarkt verder te ontwikkelen. Deze hebben betrekking op de toegang tot het luchtruim, de interne markt, de overgang van vergunning naar praktijk, BVLOS-operaties, bestuurlijke verantwoordelijkheid en financiering.
1. Eerlijke en schaalbare toegang tot het luchtruim
Het Europese luchtruim moet volgens de organisaties worden beschouwd als een gedeelde economische hulpbron. Om drones op grotere schaal te kunnen inzetten, is een samenhangend pakket maatregelen nodig dat vluchten buiten het directe zicht van de piloot mogelijk maakt.
Daarbij noemen de organisaties concrete actiepunten en deadlines voor elektronische zichtbaarheid van luchtvaartuigen, aanpassingen aan de Europese SERA-luchtverkeersregels en een gemeenschappelijke validatie van Detect and Avoid-systemen. Dergelijke systemen moeten drones in staat stellen ander luchtverkeer te detecteren en veilig te ontwijken.
Het doel is om de integratie van drones in het luchtruim minder afhankelijk te maken van uiteenlopende nationale oplossingen en individuele procedures.
2. Eén Europese markt voor dronebedrijven
Een tweede prioriteit is het daadwerkelijk realiseren van één Europese markt voor de dronesector. Hoewel Europese regelgeving al een gemeenschappelijk kader biedt, willen de organisaties voorkomen dat bedrijven bij grensoverschrijdende activiteiten opnieuw met uiteenlopende nationale procedures worden geconfronteerd.
Operationele goedkeuringen en certificeringen van aanbieders van U-space-diensten moeten daarom binnen de Europese interne markt bruikbaar zijn. De organisaties willen af van onnodige nationale herbeoordelingen, dubbele procedures bij grensoverschrijdende operaties en versnippering door uiteenlopende geografische beperkingen.
Het uitgangspunt is eenvoudig: een bedrijf dat in een lidstaat aan de voorwaarden voldoet, moet zijn activiteiten in andere Europese landen kunnen uitbreiden zonder onnodig dezelfde procedures opnieuw te doorlopen.
3. Een voorspelbare route van goedkeuring naar uitvoering
Een vergunning betekent nog niet automatisch dat een droneoperatie daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Volgens de organisaties ontbreekt het aan een voldoende voorspelbare Europese aanpak om de stap van luchtvaarttechnische goedkeuring naar operationele inzet te maken.
Daarom pleiten zij voor een gecoördineerd Europees kader waarin ook de lokale uitvoering wordt meegenomen. Luchtvaartautoriteiten, veiligheidsdiensten en defensie moeten daarbij beter samenwerken.
Lokale en veiligheidsgerelateerde voorwaarden moeten proportioneel, objectief en voorspelbaar zijn. Ook moet waar mogelijk worden gezorgd voor interoperabiliteit tussen systemen voor veiligheid en defensie en de civiele infrastructuur. Dat kan bijdragen aan een betere integratie van commerciële drones in het luchtruim.
4. BVLOS als doel, U-space als middel
Een van de meest concrete voorstellen betreft de opschaling van BVLOS-operaties (Beyond Visual Line of Sight), waarbij drones buiten het directe zicht van de piloot vliegen.
De organisaties willen dat Europa zich ten doel stelt om in 2030 dagelijks vijf miljoen routinematige commerciële BVLOS-vluchten uit te voeren. Dat moet richting geven aan de verdere ontwikkeling van de Europese dronesector.
U-space, het Europese kader voor het veilig beheren van droneverkeer, speelt daarbij een ondersteunende rol. De organisaties pleiten ervoor U-space-diensten in te voeren waar de operationele behoefte daartoe aanleiding geeft.
Daarmee leggen zij de nadruk op het doel — grootschalige BVLOS-operaties — en niet op de infrastructuur als doel op zichzelf. De ontwikkeling en invoering van U-space moeten volgens deze benadering bijdragen aan daadwerkelijke vluchtuitvoering.
5. Duidelijke verantwoordelijkheden en meetbare resultaten
De vijfde aanbeveling richt zich op de uitvoering van de Drone Strategy 2.0. De organisaties willen dat de Europese Commissie de strategie omzet in een geprioriteerd uitvoeringsprogramma met duidelijk toegewezen verantwoordelijkheden.
Voor iedere prioriteit moeten verantwoordelijke partijen, deadlines en tussentijdse mijlpalen worden vastgelegd. Ook moet de voortgang transparant worden bijgehouden.
Hiermee willen de organisaties voorkomen dat ambities blijven steken in beleidsvoornemens zonder duidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en wanneer resultaten moeten worden bereikt.
6. Voldoende financiering en personeel
Tot slot vragen de organisaties om voldoende financiële middelen en personele capaciteit om de Europese ambities waar te maken. Investeringen moeten aansluiten op de volledige ontwikkeling van droneoplossingen: van onderzoek en validatie tot daadwerkelijke operationele inzet.
Ook het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) en de nationale luchtvaartautoriteiten moeten over voldoende capaciteit beschikken om aanvragen tijdig te behandelen en de regelgeving op grotere schaal uit te voeren. Waar mogelijk moeten certificering en toezicht efficiënter worden ingericht.
Daarnaast wijzen de organisaties op de mogelijkheid om investeringen in civiele toepassingen, veiligheid en defensie beter op elkaar af te stemmen. Investeringen in luchtruimbewaking en aanverwante systemen kunnen zo ook bijdragen aan veilige en schaalbare BVLOS-operaties.
Van regelgeving naar daadwerkelijke vluchten
Met de gezamenlijke oproep willen de Europese droneorganisaties de evaluatie van de Drone Strategy 2.0 aangrijpen om de praktische belemmeringen voor de sector aan te pakken. De boodschap is dat Europa weliswaar een uitgebreid regelgevend kader heeft ontwikkeld, maar dat dit op zichzelf onvoldoende is om een grootschalige commerciële dronesector tot stand te brengen.
De organisaties willen daarom dat de Europese Commissie het succes van haar beleid voortaan afmeet aan concrete indicatoren, waaronder aantallen vluchten, vlieguren, implementatietijden, marktontwikkeling en harmonisatie tussen lidstaten. Ook moet duidelijker worden of Europese bedrijven hun activiteiten daadwerkelijk op internationale schaal kunnen uitbreiden.
De kern van het standpunt laat zich samenvatten in de slotboodschap van JEDA: Europa heeft een van de meest geavanceerde regelgevingskaders voor drones ter wereld opgesteld. De volgende stap is ervoor te zorgen dat die regels leiden tot daadwerkelijke vluchten.