Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) krijgt een nieuwe rol bij de integratie van drones in het Nederlandse luchtruim. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft LVNL aangewezen als Common Information Service (CIS)-provider. De organisatie wordt daarmee verantwoordelijk voor het samenbrengen, valideren en beschikbaar stellen van informatie die nodig is om droneoperaties veilig uit te voeren.
Inhoudsopgave
Centrale informatievoorziening
Een CIS is bedoeld als centrale informatievoorziening binnen het Europese U-space-concept. U-space is het geheel van digitale diensten en procedures waarmee dronevluchten op grotere schaal kunnen worden gecoördineerd, met name wanneer er veel droneverkeer plaatsvindt of wanneer drones buiten het directe zicht van de piloot vliegen.
Voor drone-operators is actuele informatie over het luchtruim daarbij essentieel. Denk aan de gebieden waarin wel of niet mag worden gevlogen, tijdelijke beperkingen, andere relevante luchtvaartactiviteiten en de aanwezigheid van geautoriseerde dronevluchten. Een CIS brengt dergelijke informatie uit verschillende bronnen bij elkaar en stelt die op een gestandaardiseerde manier beschikbaar.
De aanwijzing van LVNL sluit volgens het ministerie aan bij de bestaande kennis van de organisatie over het Nederlandse luchtruim en de luchtvaartoperaties. LVNL beschikt al over veel van de informatie die voor een CIS van belang is. De nieuwe rol betekent onder meer dat informatie over geautoriseerde dronevluchten op een uniformere manier beschikbaar komt voor de luchtverkeersleiding en andere betrokken partijen.
Onderdeel van U-space
U-space is geen afzonderlijk stuk luchtruim, maar een Europees kader voor het veilig organiseren van complexe droneoperaties. Binnen een aangewezen U-space-luchtruim kunnen droneoperators gebruikmaken van digitale diensten die onder meer helpen bij vluchtplanning, informatievoorziening en het onderling afstemmen van operaties.
Een CIS heeft daarbij een andere functie dan een U-space Service Provider (USSP). De CIS levert de onderliggende informatie over het luchtruim en relevante luchtvaartactiviteiten. USSP’s kunnen deze informatie vervolgens gebruiken bij het leveren van diensten aan droneoperators, bijvoorbeeld rond vluchtautorisatie en de coördinatie van dronevluchten.
De CIS vormt daarmee in feite een belangrijke schakel tussen verschillende informatiebronnen en de partijen die deze informatie nodig hebben. Het doel is dat betrokken gebruikers zoveel mogelijk met hetzelfde, actuele informatiebeeld werken.
Meer dronevluchten, meer informatie
Drones worden inmiddels gebruikt voor onder meer inspecties, medische logistiek, beveiliging en publieke dienstverlening. Tegelijkertijd worden de operaties complexer. Drones leggen grotere afstanden af en kunnen worden ingezet buiten het directe zicht van de piloot (BVLOS).
Wanneer dergelijke vluchten op grotere schaal plaatsvinden, is het niet voldoende om alleen per vlucht informatie uit te wisselen. Digitale en gestandaardiseerde informatievoorziening wordt dan belangrijker. De CIS moet ervoor zorgen dat relevante gegevens over het luchtruim op een betrouwbare manier beschikbaar zijn voor verschillende gebruikers.
LVNL gaat de informatie verzamelen uit verschillende bronnen, deze valideren en vervolgens beschikbaar stellen aan droneoperators en andere betrokken partijen. Daarmee moet een actueel beeld ontstaan van de activiteiten en beperkingen in het luchtruim.
Belang voor luchtverkeersleiding
De informatievoorziening is niet alleen relevant voor droneoperators. Ook voor de luchtverkeersleiding is het van belang om te weten welke dronevluchten zijn geautoriseerd en waar deze plaatsvinden, zeker binnen gecontroleerde luchtruimen (CTR’s).
Volgens LVNL kan het centraal beschikbaar maken van die informatie het situationeel bewustzijn verbeteren. Dat is met name relevant wanneer bemande en onbemande luchtvaart in hetzelfde luchtruim actief zijn.
LVNL-topman Joost Meijs noemt de nieuwe rol daarom een logische stap. “Drones worden steeds vaker ingezet en de mogelijkheden nemen snel toe. Dat vraagt erom dat bemande en onbemande luchtvaart veilig naast elkaar gebruikmaken van het luchtruim. Met CIS leggen we daarvoor een belangrijke basis.”
Bijdrage aan veiligheid
Een centrale informatievoorziening kan daarnaast worden gebruikt voor veiligheidsdoeleinden. Wanneer bekend is welke droneoperaties zijn toegestaan, wordt het gemakkelijker om onderscheid te maken tussen geautoriseerde en ongeautoriseerde drone-activiteiten.
Dat kan de samenwerking tussen luchtvaartpartijen, overheidsorganisaties en veiligheidsdiensten ondersteunen. Een waargenomen drone die niet overeenkomt met de beschikbare informatie over geautoriseerde vluchten kan daardoor sneller als mogelijk ongeautoriseerde activiteit worden herkend.
Gefaseerde ontwikkeling
LVNL gaat de CIS stapsgewijs ontwikkelen. De komende periode worden praktijktesten uitgevoerd met gebruikers en andere partners. Op basis van die ervaringen wordt de dienstverlening verder ontwikkeld en vervolgens gefaseerd uitgebreid. Hoe de dienstverlening er uiteindelijk precies uit komt te zien en welke informatie voor welke gebruikers beschikbaar wordt, moet de komende periode verder worden uitgewerkt.