Woo-document: Defensie zag ‘droneactiviteiten’ toenemen, maar zwijgt over waarnemingen |

Een nieuw openbaar gemaakt Woo-document geeft een opmerkelijk inkijkje in de dronepaniek die eind vorig jaar binnen Defensie ontstond. Volgens een interne nota nam de vermeende droneactiviteit rond Nederlandse vliegbases in het najaar van 2025 “aanmerkelijk” toe. Defensie wilde daarom ruimere mogelijkheden om tegen drones op te treden, tot en met het gebruik van vuurwapens. Maar welke ‘unknown objects’ precies werden gezien, wil Defensie niet prijsgeven.

Inzet van counter UAS

De vrijgegeven nota van de Koninklijke Luchtmacht dateert van 6 november 2025 en gaat over de inzet van beschikbare counter-dronecapaciteiten, oftewel C-UAS. Defensie schrijft daarin dat onbekende partijen met ‘nieuwe’ en ‘grotere’ systemen in de CTR’s van militaire vliegbases zouden vliegen. Daarbij zouden ook start- en landingsbanen en voor de missie belangrijke gebouwen zijn betrokken. Opmerkelijk is dat Defensie spreekt van ‘detectie’, zonder nader te specificeren met welke middelen deze objecten waren gedetecteerd.

De Nederlandse meldingen stonden destijds niet op zichzelf. Vanaf september 2025 ontstond in verschillende Europese landen een golf van meldingen van drones rond vliegvelden, militaire locaties en andere kritieke infrastructuur. Onder meer in Denemarken, België, Duitsland, Frankrijk en Nederland werd alarm geslagen. In Denemarken werden bijvoorbeeld drones gemeld bij meerdere militaire locaties, waaronder vliegbasis Skrydstrup. Bij het militaire oefenterrein Borris werd zelfs geschoten op vermeende drones.

Ook in Nederland leidde de situatie tot stevige maatregelen. Op 21 en 22 november werden drones gemeld boven vliegbasis Volkel en in de omgeving van Eindhoven Airport. Het vliegverkeer op Eindhoven werd tijdelijk stilgelegd en Defensie zette op een gegeven moment zelfs counter-dronecapaciteiten in. Welke middelen daarbij precies werden gebruikt, wilde Defensie niet bekendmaken. Wel liet de toenmalige staatssecretaris Gijs Tuinman destijds weten dat het om ‘hobbydrones’ zou zijn gegaan. Verder onderzoek leverde niets op.

Geweld als uiterste middel

Het nieuwe Woo-document laat zien dat Defensie de situatie in die periode als een serieuze ontwikkeling beschouwde. In de nota wordt gesproken over een ‘reële en ernstige dreiging’ en over de noodzaak om Force Protection-personeel in staat te stellen onmiddellijk tegen onbemande systemen op te treden.

Daarbij ging het niet alleen om elektronische counter-dronecapaciteiten. De nota beschrijft een breed scala aan mogelijke interventies, waarbij onder omstandigheden ook kinetische middelen – vuurwapens – kunnen worden ingezet.

Het document maakt bovendien duidelijk dat Defensie werkte aan een aanpassing van de juridische kaders om dergelijke interventies mogelijk te maken. De bestaande regelgeving zou onvoldoende zijn toegesneden op de nieuwe dreiging van drones rond militaire locaties.

Dat Defensie in het uiterste geval rekening hield met het gebruik van scherpe munitie tegen drones, bleek begin december 2025 ook uit de publicatie van diverse waarschuwingen. Daarin werden dronevliegers erop gewezen dat vliegen in bepaalde no-flyzones kon leiden tot de inzet van ‘live ammunition’.

Lijst met ‘unknown objecten’ niet vrijgegeven

Uit het Woo-besluit blijkt verder dat Defensie beschikt over een afzonderlijk “Overzicht unknown objecten”. Die benaming suggereert dat niet alle waargenomen objecten als drones konden worden geïdentificeerd, of dat de lijst ook andere objecten dan drones bevatte. Dat sluit aan bij de vraag die tijdens de Europese dronepaniek steeds nadrukkelijker naar voren kwam: hoeveel van de gemelde objecten waren daadwerkelijk drones?

Defensie weigert het betreffende overzicht echter te publiceren, onder meer omdat openbaarmaking inzicht zou kunnen geven in de aard, omvang en frequentie van de waarnemingen en in de mogelijkheden en beperkingen van de Nederlandse detectiecapaciteit. Daarmee blijft het onmogelijk om onafhankelijk vast te stellen in hoeverre de waargenomen objecten daadwerkelijk drones waren, of dat er ook andere verklaringen mogelijk zijn.

Parallellen met andere EU-landen

Het is jammer dat Defensie weigert inzicht te geven in de verschillende waarnemingen, zeker omdat in andere landen is gebleken dat er regelmatig sprake was van ernstige waarnemings- en identificatiefouten.

In België bleek bijvoorbeeld dat een politiehelikopter boven Brussels Airport door de legertop werd aangezien voor een ‘enorme drone’. In Denemarken werd bij het militaire oefenterrein Borris geschoten op vermeende drones. Al snel bleek uit OSINT-onderzoek dat er op dat moment ook een passagiersvliegtuig overvloog, iets wat pas veel later door de Deense legertop werd bevestigd.

Eveneens opmerkelijk is dat de Deense politie in juni 2026 een eerdere verklaring introk waarin zij sprak over ‘geverifieerde’ droneactiviteit nabij de militaire vliegbasis Skrydstrup. Na maandenlang onderzoek concludeerde de politie dat bij het merendeel van de onderzochte meldingen kon worden uitgesloten dat het om drones ging.

Na onderzoek van en Trouw bleek eveneens dat voor het merendeel van de dronewaarnemingen in die periode andere verklaringen waren.

Veel paniek, nog steeds geen bewijs

In Nederland blijven dergelijke conclusies vooralsnog uit. Het nieuwe Woo-document laat zien dat Defensie de meldingen eind 2025 als een ernstige dreiging beschouwde en daarop de inzet van C-UAS-middelen en zelfs vuurwapens voorbereidde. Maar zolang het overzicht van ‘unknown objecten’ niet openbaar wordt gemaakt, valt niet onafhankelijk vast te stellen hoeveel van de waargenomen objecten daadwerkelijk drones waren.

Met andere woorden: het nieuw vrijgegeven document toont vooral aan dát Defensie eind 2025 flink in paniek was, maar het blijft onduidelijk waar die paniek precies op gebaseerd was. Daarmee blijft een belangrijk deel van de Nederlandse dronepaniek van eind 2025 in nevelen gehuld.

Wat vind jij hiervan?

      Laat een reactie achter

      Vergelijk items
      • Totaal (0)
      Vergelijken