Tijdens de dronepaniek in Denemarken in september 2025 zijn mogelijk op twee verschillende avonden schoten afgevuurd op vermeende drones, terwijl zich op die momenten ook passagiersvliegtuigen in de omgeving bevonden. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van de Deense omroep TV 2. De bevindingen versterken bovendien het vermoeden dat landingslichten van vliegtuigen in de verte mogelijk zijn aangezien voor drones. Tegenstrijdige verklaringen over de tijdstippen van de beschietingen voeden ondertussen de twijfel over de transparantie van de autoriteiten.
Passagiersvliegtuigen tijdens beschietingen
De eerste zaak betreft 28 september 2025. Die avond hoorden omwonenden schoten op het militaire terrein in Borris. Uit openbare ADS-B-vluchtgegevens bleek dat rond hetzelfde moment een passagiersvliegtuig van de Noorse luchtvaartmaatschappij Widerøe over het gebied vloog. Het leger gaf lange tijd geen uitleg over de gebeurtenissen op die avond, maar moest later erkennen dat er inderdaad schoten waren afgevuurd.
Uit onafhankelijk onderzoek bleek echter dat de tijdlijn niet klopte. Het leger stelde aanvankelijk dat de schoten rond 20.20 uur waren afgevuurd, maar erkende later dat dit tussen 20.06 en 20.08 uur was gebeurd. Daarmee viel de beschieting exact samen met de passage van het passagiersvliegtuig.
Volgens het nieuwe onderzoek van TV 2 deed zich enkele dagen eerder, op 25 september, een vergelijkbare situatie voor. Militairen zouden die avond negen schoten hebben afgevuurd op een vermoedelijke drone. Rond 22.34 uur vloog een Boeing 737 MAX 8 van Norwegian, onderweg van Edinburgh naar Kopenhagen, over een deel van het oefenterrein. Ook andere vliegtuigen bevonden zich tijdens het schietincident in de omgeving.
Mogelijke verwarring met vliegtuigen
Tegenover TV 2 wijzen twee voormalige Deense gevechtspiloten erop dat het ’s nachts lastig kan zijn om de afstand tot lichtbronnen in te schatten. De krachtige landingslichten van passagiersvliegtuigen kunnen daardoor de indruk wekken dat een toestel dichterbij is dan in werkelijkheid het geval is.
De piloten sluiten niet uit dat militairen deze toestellen voor drones hebben aangezien. Volgens hen kan ook de onrust een rol hebben gespeeld die enkele dagen eerder was ontstaan na dronewaarnemingen rond luchthaven Kopenhagen en andere luchthavens. Na maandenlang onderzoek bleek voor verschillende van deze meldingen geen bewijs voor de aanwezigheid van drones te bestaan en konden veel waarnemingen worden verklaard door misverstanden of verkeerde identificaties.
De Deense krijgsmacht houdt echter vol dat militairen daadwerkelijk drones hebben waargenomen. Volgens het leger vloog het toestel van Norwegian op ongeveer 11,8 kilometer hoogte en was het daarom niet relevant voor de beoordeling van de beschieting op 25 september. De krijgsmacht stelt bovendien dat de schutters op basis van hun waarnemingen en de elevatie van hun wapens niet op een bemand vliegtuig hebben geschoten.
Geen nieuwe verklaring vanuit Defensie
TV 2 heeft naar aanleiding van de nieuwe analyse aanvullende vragen gesteld aan het Deense ministerie van Defensie. Een inhoudelijke reactie bleef vooralsnog uit. Het ministerie verwees naar eerdere briefings en stelde dat een vliegtuig op grote hoogte geen relevante factor is bij het onderzoek naar het incident.